Aanvullend geboorteverlof minst gebruikt door lage én hoge inkomens
In dit artikel:
Sinds juli 2020 bestaat in Nederland het aanvullend geboorteverlof (AGV): vijf werkweken betaald verlof voor de ouder van wie de partner is bevallen. De regeling maakt deel uit van een serie uitbreidingen van betaald geboorteverlof tussen 2019 en 2022 en beoogt vaders meer gelegenheid te geven voor zorgtaken, de arbeidsdeelname van vrouwen te bevorderen en de genderverdeling in het huishouden te egaliseren. Uitkeringen voor AGV worden door UWV vergoed tot zeventig procent van het dagloon, met een maximum op het maximale dagloon, waarna werkgevers soms kunnen bijspringen.
Om te onderzoeken wie van dit verlof gebruikmaakt, koppelden de auteurs CBS-microdata over alle geboortes tussen 1 juli 2020 en 30 juni 2023 (met bekende juridische moeder en vader) aan UWV-administratie van AGV-uitkeringen tot december 2023. De analyse beperkt zich tot juridische vaders met een arbeidscontract rond de geboortedatum, waardoor het sample 361.031 geboortes en 331.998 unieke juridische vaders omvat. Het bruto-inkomen van vaders werd berekend over de twaalf maanden vóór de maand van geboorte en gecorrigeerd naar prijzen van 2020.
Belangrijkste bevindingen
- Algemeen gebruik: 59 procent van deze vaders nam AGV op; van degenen die verlof namen koos 80 procent voor de volledige vijf weken. Gebruik steeg licht vanaf de introductie (56% voor geboortes direct na invoering) naar ongeveer 61% vanaf januari 2022.
- Verschillen naar inkomen: het gebruik varieert sterk met inkomen. In het onderste inkomensdeciel gebruikte slechts 37% AGV; rond het twintigste percentiel is dat 60%. Voor het brede midden (21e–80e percentiel, ongeveer €29.700–€58.700) is opname relatief stabiel rond 64%. Daarna daalt het aandeel weer; in het hoogste 5 procent van inkomens (gemiddeld ~€138.700) gebruikt slechts 44% AGV. Dit U‑vormige patroon wijst erop dat zowel inkomensverlies voor lagere inkomens als hoge opportuniteitskosten voor topverdieners een rol kunnen spelen.
- Andere sociaaleconomische verschillen: vaders met een contract onder 24 uur per week nemen minder vaak verlof; ook degenen met tijdelijke contracten, in kleine bedrijven, zonder hbo/wo-diploma of met een migratieachtergrond doen minder vaak een beroep op AGV. Vaders bij wie het recent geboren kind het derde is, gebruiken het verlof veel minder vaak, mogelijk door andere normen of eerder ingerichte zorgverdelingen.
Interpretatie en beperkingen
De auteurs benadrukken dat de analyses beschrijvend zijn en geen causaliteit aantonen. Het lage gebruik onder lage inkomens kan zowel direct voortkomen uit het inkomensverlies (70% vergoeding) als uit de kwetsbare arbeidsmarktpositie van deze groep: zij hebben vaker tijdelijke contracten, werken minder uren en hebben vaker werkgevers waar vervanging moeilijker is. Voor hoge inkomens spelen waarschijnlijk de beperking van het maximale dagloon en carrièrerisico’s een rol; data over hoeveel werkgevers de uitkering aanvullen ontbreken. De studie gebruikt de juridische vader als proxy voor de ouder met recht op AGV; in vrijwel alle gevallen (99,4%) betreft dit een man, maar juridische en praktische rechten kunnen soms afwijken.
Policy‑implicaties
Als toegang tot betaald verlof sterk samenhangt met inkomen en arbeidspositie, kunnen recente verlofuitbreidingen de genderkloof ongelijk afvlakken: middeninkomens profiteren mogelijk het meest, terwijl lage inkomens achterblijven. De Sociaal-Economische Raad stelde al een minimumniveau voor bij uitkeringen om toegankelijkheid voor de laagste inkomens te verbeteren. Verder onderzoek, vooral naar causale effecten en naar de mate waarin werkgevers aanvullen, is nodig om te bepalen hoe verlofregelingen zowel effectief als rechtvaardig kunnen worden vormgegeven en of ze echt bijdragen aan de beleidsdoelen rond arbeidsdeelname en zorgverdeling.
Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'