Agrarische grondmarkt remt landbouwtransitie

vrijdag, 23 oktober 2026 (04:57) - ESB.nl

In dit artikel:

De Nederlandse landbouwtransitie wordt meestal benaderd vanuit innovatie, ondernemerschap en nieuwe verdienmodellen. Volgens dit artikel blijft daarmee een belangrijke factor onderbelicht: de werking van de grondmarkt. Zonder ingrepen daarin zijn de natuur-, water- en klimaatdoelen waarschijnlijk niet haalbaar.

De landbouw gebruikt ruim de helft van het Nederlandse grondoppervlak en veroorzaakt een groot deel van de milieudruk, waaronder ammoniakuitstoot, stikstofdepositie en belasting van oppervlaktewater. Scenario’s van het Planbureau voor de Leefomgeving laten zien dat vooral rond Natura 2000-gebieden, beekdalen en veenweiden extensiever grondgebruik nodig is. Daarbij wordt per hectare minder intensief geproduceerd, zodat natuur, bodem en water meer ruimte krijgen.

Dat botst met de economische realiteit. De reële prijs van landbouwgrond is sinds de jaren vijftig ongeveer verzesvoudigd en ligt vaak ver boven de waarde die met agrarische productie kan worden verdiend. Intensieve bedrijven kunnen hoge bedragen betalen voor grond, bijvoorbeeld om schaalvoordelen te behalen en machines efficiënter te benutten. Ook boeren en institutionele beleggers zien grond als een veilige investering en als onderdeel van hun vermogensopbouw. In gebieden waar op termijn woningbouw of bedrijvigheid mogelijk lijkt, komt daar een speculatieve ‘optiewaarde’ bij.

Door deze prijsopdrijving worden bedrijfsmodellen met hoge opbrengsten per hectare bevoordeeld. Extensieve en natuurinclusieve bedrijven kunnen doorgaans minder lenen en verdienen minder aan hun grond, terwijl maatschappelijke voordelen zoals biodiversiteit, waterkwaliteit en koolstofvastlegging nauwelijks in de grondprijs worden verrekend. Tegelijkertijd wisselt jaarlijks minder dan twee procent van de landbouwgrond van eigenaar. Een deel van de transacties verloopt bovendien via familieopvolging, kavelruil of fiscale constructies. Daardoor is grond moeilijk bereikbaar voor jonge boeren, nieuwe toetreders en coöperatieve initiatieven.

Volgens het artikel versterken overheidsregelingen deze dynamiek soms in plaats van haar te corrigeren. Subsidies, fiscale voordelen zoals de landbouwvrijstelling en vrijstelling van overdrachtsbelasting, en regelingen voor bedrijfsoverdracht kunnen deels in hogere grondprijzen terechtkomen. Onduidelijkheid over toekomstige bestemmingen in het landelijk gebied houdt bovendien speculatieve verwachtingen in stand. Zo sluiten beleidsdoelen voor natuur en klimaat niet goed aan op de financiële prikkels die de landbouwstructuur bepalen.

De auteurs bouwen voort op het advies *Grond voor verbetering* van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur en noemen drie beleidsrichtingen. Ten eerste moeten prijsopdrijvende fiscale voordelen worden afgebouwd en subsidies sterker worden gekoppeld aan prestaties voor natuur, water, klimaat en landschap. Ten tweede zijn duidelijke ruimtelijke keuzes nodig, met onderscheid tussen landbouwgrond en landschapsgrond waarop extensief of natuurinclusief beheer wordt gevraagd. Boeren zouden voor die maatschappelijke diensten structureel moeten worden beloond.

Ten derde moet de overheid actiever grondbeleid voeren. Via onder meer voorkeursrechten, herverkaveling, onteigening en grondbanken kan zij grond verwerven en beschikbaar stellen aan boeren en initiatieven die duurzaam willen werken. De conclusie is dat de landbouwtransitie niet alleen een innovatie- of verdienvraagstuk is. Zolang de grondmarkt vooral hoge private opbrengsten per hectare beloont en publieke baten onvoldoende waarde krijgen, blijft extensivering moeilijk en komen de wettelijke natuur-, water- en klimaatdoelen onder druk te staan.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'