Andere landen volgen VAE nog niet met vertrek uit oliegezelschappen
In dit artikel:
De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) kondigde dinsdag aan dat het land OPEC en het bredere samenwerkingsverband OPEC+ zal verlaten; het lidmaatschap loopt officieel door tot 1 mei. Moskou, Bakoe en Bagdad reageerden snel: Rusland, Kazachstan en Irak zeggen niet van plan te zijn hetzelfde pad te volgen en blijven bij de oliegroepen betrokken.
Een woordvoerder van het Kremlin zei woensdag dat het vertrek van de VAE hopelijk niet het einde van OPEC+ betekent; Rusland blijft zelf onderdeel van dat overleg. De Kazachse minister van Energie gaf aan dat ook Kazachstan geen vertrek overweegt, terwijl Iraakse functionarissen benadrukken dat een sterke, gezamenlijke aanpak nodig is om stabiele olieprijzen te behouden.
Binnen OPEC is de VAE volgens jaarcijfers de vierde grootste producent, en samen met Saoedi-Arabië beschikt het land over extra, oproepbare productiecapaciteit. Die reservepositie maakt de VAE een strategische speler: het kan markttekorten sneller opvangen als dat nodig is.
De huidige geopolitieke spanningen — waaronder de Amerikaanse inval in Iran en de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten — hebben de oliemarkt verstoord. Beperkingen bij het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz verminderen de beschikbare volumes en drukken de prijs omhoog.
OPEC en OPEC+ overleggen maandelijks om aanbod en vraag op elkaar af te stemmen en zo inkomsten voor producenten te beschermen. Als meer olieproducerende landen het voorbeeld van de VAE zouden volgen en uit de club stappen, kan dat de samenhang van die afspraken ondermijnen en tot snellere prijsfluctuaties leiden.
Ook van buiten de regio is er druk: de Amerikaanse president Donald Trump wil lagere olieprijzen en ziet de kartelachtige afstemming als probleem. Voorlopig blijven Rusland, Kazachstan en Irak echter inzetten op samenwerking binnen OPEC/OPEC+, waarmee een directe implosie van het kartel nog wordt afgewend.