AOW-uitkering hield gelijke tred met brutolonen
In dit artikel:
De Beer stelde onlangs in ESB dat het Centraal Planbureau (CPB) de toekomstige AOW-uitgaven overschat. Volgens hem zou de AOW in de langetermijnprojecties niet met de brutolonen, maar met de contractlonen moeten meegroeien. Dat zou de geraamde uitgaven aanzienlijk verlagen en volgens De Beer een verhoging van de AOW-leeftijd overbodig maken.
Historische gegevens ondersteunen die redenering echter niet. Sinds 1998 zijn de bruto-AOW-uitkeringen sterker gestegen dan wanneer ze uitsluitend de contractlonen hadden gevolgd. In 2026 zouden ze op basis van die laatste veronderstelling ongeveer acht procent lager zijn geweest dan de werkelijke uitkeringen. Ook eerder onderzoek van het CPB en andere onderzoekers laat zien dat de verhouding tussen AOW en brutolonen over langere perioden grotendeels stabiel bleef.
De hogere groei van de AOW komt onder meer door incidentele verhogingen van het minimumloon, waaraan de AOW is gekoppeld. Daarnaast wordt de bruto-AOW zo vastgesteld dat de gewenste netto-uitkering wordt bereikt. Omdat AOW’ers fiscaal anders worden behandeld dan werkenden, kan daarvoor een extra bruto stijging nodig zijn.
Toekomstig beleid en fiscale wijzigingen blijven onzeker, maar op basis van de historische ontwikkeling is het volgens de auteur logisch om de AOW-uitkeringen in projecties aan de brutolonen te koppelen.
Vandaag Inside: Wat vond Johan Derksen van het debuut van Samuel Welten aan de bar bij Vandaag Inside?