Arbeidsmarktbaten van bijna gratis kinderopvang worden onderschat

vrijdag, 29 mei 2026 (00:26) - ESB.nl

In dit artikel:

In 2029 vervangt Nederland de inkomensafhankelijke kinderopvangtoeslag door bijna gratis kinderopvang: aanbieders krijgen een subsidie en ouders betalen een lage, inkomensonafhankelijke eigen bijdrage (96% van de maximum-uurprijs wordt vergoed). De maatregel — in het regeerakkoord van Rutte IV aangekondigd en via een gefaseerde verhoging van de toeslag vanaf 2025 ingevoerd — kost ruim drie miljard euro per jaar en is deels een reactie op de toeslagenaffaire, maar heeft ook bredere doelen: lagere kosten voor ouders, betere financiële transparantie en een eenvoudiger, betrouwbaarder stelsel.

Het Centraal Planbureau (CPB) schat echter beperkte arbeidsmarktbaten: een stijging van het arbeidsaanbod van circa 0,2 procent, ongeveer 15.000 fulltimebanen. Deze lage uitkomst speelt een grote rol in publieke en politieke discussies over de betaalbaarheid van het plan. De auteurs van dit artikel betogen dat die CPB-berekeningen de baten systematisch onderschatten omdat belangrijke mechanismen en langetermijneffecten buiten beschouwing blijven.

Ten eerste richt het CPB zich op historische data en maakt het in haar modellen geen onderscheid tussen gezinnen die drie, vier of vijf dagen kinderopvang gebruiken. Daardoor worden verschuivingen van parttime- naar meer uren werk (bijvoorbeeld van drie naar vier of vijf dagen) in belangrijke mate genegeerd. In Nederland werken veel vrouwen in deeltijd en is het gemiddelde gebruik van formele opvang nog gering (kinderen gaan gemiddeld ongeveer twee dagen per week), waardoor het potentieel voor extra arbeid bij ruimere en goedkopere opvang groot kan zijn.

Ten tweede houdt het CPB geen rekening met het effect van meer zekerheid en eenvoud: in het huidige systeem betalen ouders eerst volledige kosten en krijgen later toeslag terug, met risico op terugvorderingen. Directe financiering aan aanbieders en een vaste lage eigen bijdrage maken inkomensplaatjes vooraf duidelijker en verminderen risico’s, wat vooral voor lage-inkomensgezinnen drempelverlagend werkt. Experimenteel bewijs uit Duitsland laat zien dat hulp bij aanmelding en informatie deelname aan (bijna) gratis opvang en fulltime arbeid substantieel kan verhogen, met positieve effecten op gezinsinkomen en taakverdeling in het huishouden.

Ten derde negeren veel evaluaties informele opvang door grootouders. Omdat grootouders in Nederland veelal zorgen voor kleinkinderen, kunnen veranderingen in formele opvang leiden tot substitutie: sommige grootouders gaan juist meer werken als formele opvang beschikbaarer wordt, wat de beschikbare informele zorg vermindert en de netto-effecten op ouders kan vergroten. Internationale cases, zoals Quebec, tonen dat bijna gratis kinderopvang zowel moeders als grootmoeders actiever op de arbeidsmarkt maakte. Daarnaast kunnen anticipatie-effecten (toekomstige ouders die hun loopbaan anders inrichten omdat opvang klaarstaat) de arbeidsdeelname op langere termijn versterken.

Verder wijzen de auteurs op veranderende normen: langdurige, brede beschikbaarheid van betaalbare opvang kan het Nederlandse deeltijdmodel op termijn afbreken. Veel instituties — schooltijden, verlofregelingen, organisatie van zorg — zijn nu ingesteld op deeltijdwerk, en die wederzijdse afhankelijkheid houdt de deeltijdcultuur in stand. Een structurele investering in kinderopvang kan echter een sneeuwbaleffect veroorzaken waardoor meer ouders langdurig meer gaan werken, wat ook kan helpen tegen personeelstekorten in zorg, onderwijs en kinderopvang (sectoren met veel vrouwen en veel deeltijdwerk).

De auteurs erkennen risico’s en beperkingen van de voorgestelde stelselherziening: mogelijke tariefstijgingen, verminderde toegankelijkheid voor sommige lage-inkomensgroepen en het feit dat uitsluitend werkende ouders profiteren — waardoor niet alle ontwikkelingsvoordelen voor kinderen worden benut. Toch concluderen zij dat de CPB-modellen belangrijke baten missen, vooral op langere termijn en via minder directe kanalen (zekerheid, substitutie, normverandering en anticipatie). De invoering van bijna gratis kinderopvang wordt gezien als een cruciale eerste stap naar een modernere, meer toegankelijke zorginfrastructuur, waarvan de maatschappelijke opbrengsten groter kunnen zijn dan nu vaak wordt aangenomen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'