Belasten van vermogenswinst kan beter retrospectief
In dit artikel:
De discussie over de hervorming van box 3 draait opnieuw om de vraag hoe vermogen eerlijk en uitvoerbaar kan worden belast, zeker bij lastig te waarderen bezittingen zoals vastgoed en aandelen in een bv. Begin dit jaar koos de Tweede Kamer nog voor een vermogensaanwasbelasting, maar die stuit op kritiek omdat jaarlijkse waardering bij illiquide vermogen moeilijk is en tot betalingsproblemen kan leiden. Een vermogenswinstbelasting lijkt dan logischer, maar daarbij ontstaat een ander probleem: beleggers stellen verkoop uit om belasting zo lang mogelijk te ontwijken, het zogeheten blokkeringseffect.
Het artikel zet daarom een derde route centraal: retrospectieve belasting. Daarbij wordt belasting pas geheven bij verkoop, maar wordt het voordeel van uitstel verminderd doordat de opgebouwde aanslag met rente wordt doorgerekend. In de literatuur worden vooral drie varianten besproken. De methode van Auerbach belast alleen het risicovrije rendement en is relatief eenvoudig, maar mist daardoor een deel van de echte winst. De aanpak van Bradford is vollediger, omdat ook risicopremies en bovennormale opbrengsten kunnen worden belast, maar die methode is ingewikkeld voor zowel fiscus als belastingplichtige.
De auteurs pleiten vooral voor een gemiddelde rendementsheffing. Die gebruikt alleen de aan- en verkoopprijs, is daardoor goed uitvoerbaar en belast het volledige rendement, terwijl de prikkel om verkoop uit te stellen veel kleiner wordt dan bij een gewone vermogenswinstbelasting. Helemaal verdwijnen de verstoringen niet, maar ze zijn wel duidelijk minder sterk. Volgens het artikel verdient deze variant serieuze aandacht, niet alleen voor box 3, maar ook voor box 2, waar uitstel van belasting op grote vermogens nog altijd een rol speelt.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen blijft achter zijn woorden over Renze Klamer staan: 'Mijn bron is zo goed'