De duikers van DCN Diving doen het liefst zo ingewikkeld en zo diep mogelijke klusjes
In dit artikel:
Aan de rand van Bergen op Zoom bouwde DCN Diving in decennia tijd een wereldnaam op in een uiterst specialistische niche: zwaar onderwaterwerk op grote diepte. Het familiebedrijf, geleid door Wim Vriens en zijn broers, wordt wereldwijd ingehuurd voor complexe klussen zoals het repareren van stuwdammen, onderzeese kabels, olie- en gasleidingen en onderdelen van windparken. Juist omdat het bedrijf zich richt op werk vanaf zo’n 50 meter diepte, heeft het weinig directe concurrentie.
De kern van DCN’s succes ligt in techniek en zelfontwikkelde methodes. Het bedrijf bedacht onder meer een micro-habitat waarmee duikers droog kunnen lassen onder water, en ontwikkelde procedures voor langdurig werken in zware drukomstandigheden. Duikers van DCN kunnen wekenlang in een gesloten systeem blijven, met minimale rust en strikte veiligheidsmaatregelen om decompressieziekte te voorkomen. Hun werk is fysiek en mentaal zwaar, maar levert ervaren specialisten ook zeer goed betaald werk op.
De wortels van het bedrijf gaan terug tot de jaren vijftig, toen oprichter Wim Vriens senior na zijn militaire dienst zijn eerste onderwaterlasopdracht aannam zonder ooit eerder te hebben gelast. Zijn lef, gecombineerd met praktische vindingrijkheid, legde de basis voor het bedrijf. Een grote doorbraak volgde met de Oosterscheldekering, waar DCN allerlei technische oplossingen moest bedenken en daardoor uitgroeide van klein regionaal bedrijf tot internationale speler.
DCN kreeg wereldwijd extra bekendheid door de spectaculaire redding van een Nigeriaanse scheepskok in 2013, die drie dagen vastzat in een luchtbel in een gezonken schip. De kok werkt inmiddels zelfs bij DCN, wat volgens Vriens typisch past bij de bedrijfscultuur: mensen met bijzondere ervaring blijven graag aan boord.
De Oranjezomer: Victor Vlam: 'Volgens mij is jouw diepe wens om de nieuwe Johan Derksen te zijn'