Dit is waarom er in Nederland géén maximumprijs aan de pomp komt
In dit artikel:
Nederlandse automobilisten kijken jaloers naar de brandstofprijzen in België, waar lagere accijns en een door de overheid ingestelde maximumprijs per liter voor goedgevulde pompen in grensgebieden zorgen voor rijen. De hoge brandstofkosten in Nederland zijn recent extra opgelopen door het conflict rondom Iran en de blokkades bij de Straat van Hormuz, waardoor de olieaanvoer krapper is en de wereldmarktprijzen stijgen.
Het kabinet heeft onderzocht of een Belgischachtig systeem met maximumprijzen ook hier haalbaar is, maar heeft dat afgeschoten. Drie hoofdargumenten spelen mee: het invoeren van zo’n regeling vereist wetswijziging die een à twee jaar duurt en biedt dus geen snelle oplossing; om een realistisch plafond vast te stellen is gedetailleerd inzicht nodig in hoe tankstations hun prijzen en marges opbouwen — ontbreekt dat, dan kan een te laag maximum leiden tot verlieslijdende pomphouders en zelfs sluitingen, met risico’s voor leveringszekerheid; en de maatregel treft vooral minder prijssensitieve klanten, terwijl de meest kwetsbare consumenten al naar de goedkoopste, vaak onbemande pompen gaan en daardoor weinig profijt van een maximumprijs zouden hebben.
De Belgische praktijk bevat bovendien elementen die Nederlandse pomphouders kunnen benadelen: de Belgische overheid hanteert een dagelijkse maximumprijs die wordt berekend op basis van een gemiddelde over een bepaalde periode, waardoor plotselinge prijsstijgingen deels worden afgevlakt en retailers tijdelijk verlies kunnen lijden. In België geldt verder een maximale marge van circa 23 cent per liter en wordt ongeveer 60 cent per liter aan accijns geheven; de rest volgt de mondiale marktprijs.
In plaats van prijsplafonds kiest het kabinet voor een compensatiemaatregel richting werkgevers: de onbelaste kilometervergoeding stijgt van 23 naar 25 cent per kilometer, zodat werkgevers hun personeel gemakkelijker kunnen compenseren zonder dit als loon te belasten. Econoom Erik Slaaf (ING) stelt dat een hogere reiskostenvergoeding vooral lagere en middeninkomens meer helpt dan een accijnsverlaging, die vooral voordeel oplevert voor veelrijders. Een voorbehoud blijft dat werkgevers niet verplicht zijn de vergoeding daadwerkelijk te verhogen.
Wie lange autoreizen overweegt — bijvoorbeeld naar Zuid-Europa — moet rekening houden met hogere kosten door de actuele brandstofprijzen; slim tanken en plannen kan volgens het artikel honderden euro’s schelen.