Ecologische fundering van onze economie vertoont barsten
In dit artikel:
De druk op de natuurlijke leefomgeving neemt in Nederland en wereldwijd snel toe. Naast klimaatverandering zorgen ook biodiversiteitsverlies, verslechterende waterkwaliteit, vervuiling door stoffen als PFAS, een verstoorde nutriëntenbalans en oceaanverzuring voor problemen. Hittegolven, bosbranden, droogte en lage rivierstanden kosten levens, drukken de arbeidsproductiviteit en bedreigen sectoren als landbouw en scheepvaart. Daarmee raakt de ecologische crisis niet alleen het milieu, maar ook de economie en brede welvaart.
Zeven auteurs uit verschillende Nederlandse beleidsinstellingen roepen de overheid daarom op economie en samenleving structureel terug te brengen binnen de planetaire grenzen. Volgens de analyse blijft effectief milieubeleid echter vaak uit. Sinds het rapport van de Club van Rome uit 1972 is veel gewaarschuwd, maar politieke maatregelen worden geregeld uitgesteld of afgezwakt. Europees beleid heeft op sommige terreinen wel resultaten geboekt, bijvoorbeeld via een hogere prijs voor CO2-uitstoot, maar ook de Europese milieuambities staan onder druk.
Nederland heeft bovendien een slechte staat van dienst bij het halen van milieudoelen. De stikstofcrisis blijft onopgelost, de waterkwaliteit verbetert onvoldoende en overbevissing in de Noordzee houdt aan, ondanks subsidies voor de visserij. De gevolgen werken door in de economie en samenleving: slechte waterkwaliteit maakt drinkwater duurder, PFAS kan gezondheidsrisico’s opleveren en luchtvervuiling schaadt de leerprestaties. Op veel plaatsen voldoet de luchtkwaliteit nog steeds niet aan de wettelijke normen.
De auteurs pleiten voor een integrale afweging van milieu, economie en bereikbaarheid in plaats van versnipperde regelgeving per beleidsterrein. Bij Schiphol kan directer worden gestuurd op milieu- en bereikbaarheidsdoelen. Ook in de voedselvoorziening moeten klimaat- en stikstofbeleid beter op elkaar worden afgestemd, omdat maatregelen op het ene terrein ongewenste effecten op het andere kunnen hebben. Instrumenten zoals de Monitor Brede Welvaart en bredere indicatoren in de Rijksbegroting helpen daarbij, maar de waarde van natuur wordt nog onvoldoende zichtbaar gemaakt.
Volgens de auteurs is krachtige overheidsregulering noodzakelijk, omdat individuele bedrijven milieuschade anders op de samenleving kunnen afwentelen. Toch ondersteunt de overheid vervuilende sectoren als landbouw, industrie en vervoer nog vaak; sommige subsidies zijn zelfs schadelijk voor de biodiversiteit. Uitkoopregelingen voor stikstofuitstoters blijken duur en weinig effectief zolang de prikkel om te vervuilen blijft bestaan.
Een geloofwaardig en voorspelbaar langetermijnbeleid kan de markt juist richting verduurzaming sturen. Bedrijven investeren dan eerder in schone technieken, waardoor duurzame koplopers sterker worden. Daarvoor moet de politiek weerstand bieden aan lobby’s voor versoepeling en gevestigde economische belangen durven aanpakken. Zolang vervuiling loont of wordt gesubsidieerd, blijft effectief milieubeleid volgens de auteurs onhaalbaar en loopt ook de toekomstige welvaart verder terug.
Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Rob Jetten heeft de hele dag als een drol in een pispot zitten draaien!’