Een cultuur van vooruitgang vergt meer dan financiering
In dit artikel:
Nederland heeft veel wetenschappelijke kennis, maar slaagt er al decennia slecht in die om te zetten in productiviteit, bedrijven en maatschappelijke opbrengst. Dat was op 13 mei de kern van een rondetafelgesprek met wetenschappers, beleidsmakers en ondernemers, georganiseerd door de Prof. F. de Vries Stichting, de KNAW en ESB. Aanleiding was de komst van Nobelprijswinnaar Joel Mokyr, de in Leiden geboren economisch historicus die laat zien dat vooruitgang vooral ontstaat in een cultuur waarin kennis vrij circuleert, kritisch wordt getoetst en ook echt wordt toegepast.
De discussie draaide om de Nederlandse kennisparadox: internationaal presteert Nederland sterk in onderzoek en innovatie-indicatoren, maar de arbeidsproductiviteit groeit al jaren traag en de economische opbrengst van kennisinvesteringen blijft achter. Volgens de deelnemers komt dat niet alleen door geldgebrek, maar vooral door een zwakke “markt voor ideeën”: de stap van fundamenteel onderzoek naar opschaling stokt te vaak door regels, versnipperde financiering, beperkte ruimte om te falen en een universitaire beloningscultuur die valorisatie niet echt stimuleert.
Mokyr’s onderscheid tussen kennis dát iets werkt en kennis hóé je het toepast, vormde de rode draad. Juist die verbinding moet sterker worden, bijvoorbeeld via een laagdrempelig innovatiefonds voor ondernemende wetenschappers en door universiteiten anders te laten beoordelen op loopbaan en beloning. Tegelijk benadrukten de deelnemers dat innovatie niet alleen om economische groei moet draaien, maar ook om brede doelen als klimaat, gezondheid en bestaanszekerheid. De belangrijkste boodschap: Nederland heeft de kennis al, maar mist nog de instituties, prikkels en keuzes om die kennis consequent om te zetten in waarde.
De Oranjezomer: Raymond Mens stoort zich aan Rob Jetten: 'Laat je zien als het er echt een keer toe doet!'