Een derde van studenten heeft depressieklachten

dinsdag, 9 juni 2026 (00:12) - ESB.nl

In dit artikel:

Onder eerstejaarsstudenten van de faculteit Rechtsgeleerdheid aan Universiteit Leiden (cohorten 2022/23 en 2023/24; n ≈ 1.287; responsschaal ~70%) is er een aanzienlijke prevalentie van depressiesymptomen bij aanvang van de studie. De mentale gezondheid is gemeten met de veelgebruikte PHQ‑9: ongeveer twee derde rapporteert geen klachten, 27% heeft milde klachten en rond 10% scoort ≥10, een gebruikelijke drempel voor klinisch relevante klachten en verdere diagnostiek.

De gevonden percentages liggen iets boven representatieve Amerikaanse cijfers uit 2016, maar onder sommige recente Amerikaanse en Duitse steekproeven onder studenten en adolescenten. Binnen de Leidse steekproef komen matig‑tot‑ernstige klachten significant vaker voor bij vrouwen (12,1% vs. 6,0% bij mannen) en bij eerstegeneratiestudenten (12,7% bij studenten met niet‑hoogopgeleide ouders vs. 9,1% bij wie ten minste één ouder hoogopgeleid is). Cognitieve instroomindicatoren zoals IQ-scores en middelbareschoolcijfers verschillen nauwelijks tussen studenten met en zonder depressiesymptomen.

Sterke samenhangen doen zich voor met persoonlijkheidskenmerken: vooral hoger scoren op neuroticisme gaat gepaard met meer klachten, wat begrijpelijk is gezien die trek de gevoeligheid voor stress en negatieve emoties weerspiegelt. Studenten met klachten zijn gemiddeld minder extravert en minder consciëntieus, en tonen iets meer openheid.

Wat studieprestaties betreft wijzen de data in een consistente richting, maar met enige statistische onzekerheid. In het eerste jaar behalen studenten met depressiesymptomen gemiddeld lagere cijfers (ongeveer 0,3 punt lager; na correctie voor achtergrondkenmerken ongeveer 0,5 punt, marginaal significant) en hebben zij ongeveer vijf procentpunt hogere uitval. Omdat instroommaten vrijwel gelijk waren, suggereert dit een divergerende ontwikkeling tijdens het eerste studiejaar. Het toevoegen van achtergrondvariabelen verandert de geschatte effecten weinig, deels omdat persoonlijkheidskenmerken tegenstrijdige verbanden met prestaties vertonen (bijv. extraversie negatief, consciëntieus positief).

De auteurs trekken de conclusie dat mentale gezondheidsproblemen geen marginale kwestie zijn onder beginnende rechtenstudenten: een substantieel deel kampt bij aanvang met klachten die mogelijk persistent kunnen zijn gezien de sterke binding met stabiele persoonlijkheidstrekken. Dit pleit voor blijvende monitoring van zowel welzijn als studieresultaten en voor gerichte ondersteuning aan studenten die bij aanvang al klachten hebben. Zelfs wanneer zij lagere cijfers of uitval weten te vermijden door extra inspanning, kan dat een langdurige druk op hun welzijn leggen. Voor onderwijsinstellingen impliceert dit het belang van vroegsignalering, toegankelijk psychologisch aanbod en opvolging van academische voortgang om trajecten met oplopende mentale en academische risico’s te beperken.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'