EU-fondsen leveren meeste Nederlandse provincies geld op
In dit artikel:
Hoewel Nederland meer aan de Europese Unie afdraagt dan het ontvangt, leveren EU-fondsen volgens een modelanalyse op lange termijn aanzienlijke economische baten op. Tussen 2013 en 2024 gingen de middelen vooral naar onderzoek en innovatie, landbouw, infrastructuur, werkgelegenheid en regionale ontwikkeling. De verdeling sluit aan bij de economische kenmerken van provincies: Horizon-financiering is belangrijk in Noord- en Zuid-Holland en Utrecht, terwijl landbouw- en cohesiefondsen relatief zwaar wegen in onder meer Drenthe, Friesland, Groningen en Zeeland.
De analyse gebruikt het ruimtelijk-economische EU-EMS-model van het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarin wordt de ontwikkeling mét EU-geld vergeleken met een scenario zonder deze investeringen. Het model houdt rekening met onder meer productiviteitsgroei, menselijk kapitaal, infrastructuur, handel, toeleveringsketens en kennisoverdracht vanuit andere EU-landen. Zo kunnen investeringen in Oost- en Centraal-Europa ook de Nederlandse economie stimuleren via extra vraag naar Nederlandse goederen en diensten.
Per afgedragen euro varieert de berekende extra bbp-groei tot 2025 van 0,84 euro in Noord-Holland en Noord-Brabant tot 2 euro in Drenthe. Gemiddeld komt de opbrengst uit op ongeveer 99 cent per afgedragen euro, bijna quitte. In zeven van de twaalf provincies ligt de opbrengst boven één euro. Drenthe, Zeeland en Groningen profiteren het meest; in kennisregio’s als Utrecht en Groningen komt een groot deel van de baten uit innovatieprogramma’s, terwijl Drenthe en Zeeland vooral voordeel halen uit sociale, agrarische en regionale fondsen.
De EU-investeringen verkleinen daarnaast de economische verschillen tussen Nederlandse provincies. Volgens de Williamson-index daalde de regionale ongelijkheid door het beleid met 0,45 procent in 2015 en met maximaal 0,61 procent in 2025. Daarna zwakt het effect af tot 0,44 procent in 2030 en 0,09 procent in 2035. Noordelijke provincies groeien relatief sneller doordat zij per inwoner meer EU-geld ontvangen dan de economische kernregio’s.
De auteur benadrukt dat de uitkomsten modelberekeningen zijn en dat vooral de opbrengst van R&D onzeker is en vaak pas na lange tijd zichtbaar wordt. Toch ondermijnen de resultaten het beeld dat de Nederlandse EU-afdracht alleen een kostenpost is. Voor de onderhandelingen over de Europese meerjarenbegroting zou daarom niet alleen naar de hoogte van de afdracht moeten worden gekeken, maar ook naar de langetermijnbaten en het nivellerende effect van EU-investeringen. Meer samenhang tussen innovatie-, sociale en landbouwfondsen kan volgens de analyse bovendien helpen om technologische vernieuwing sterker buiten de Randstad te laten doorwerken.
Vandaag Inside: Johan Derksen baalt van vertrek Estavana Polman bij Vandaag Inside: ‘Zij is nu eigenlijk slachtoffer’