Europese afhankelijkheden van nieuwe en complexe producten nemen snel toe
In dit artikel:
Geopolitieke spanningen en handelsbeperkingen maken Europese afhankelijkheden in internationale productieketens steeds risicovoller. Verstoringen kunnen leiden tot tekorten, hogere inflatie en grotere macro-economische instabiliteit. Daarom onderzoekt de analyse hoe de positie van de EU zich tussen 2012 en 2024 ontwikkelde ten opzichte van China en de Verenigde Staten, en welke strategische afhankelijkheden Europa kan verminderen.
De onderzoekers richten zich op zogenoemde ‘control points’: producten die zowel strategisch belangrijk zijn voor bijvoorbeeld defensie, gezondheidszorg of de energietransitie als afkomstig zijn uit sterk geconcentreerde productieketens. Naast eindproducten bekijken zij ook cruciale inputs verderop in de keten. Permanente magneten zijn daarvan een voorbeeld: ze zijn nodig voor windturbines, elektrische auto’s en wapensystemen, terwijl de EU inmiddels 98 procent ervan uit China importeert.
De EU blijft als economisch geheel de grootste exporteur van ongeveer 16 procent van de onderzochte strategische producten. China heeft die positie bij 44 procent en de Verenigde Staten bij 12 procent. Europa is onder meer sterk in farmaceutische producten, chemie en goederen voor nucleaire energie. Toch is de Europese positie in tien jaar tijd duidelijk verslechterd: het EU-aandeel daalde van 29 procent in 2012-2014 naar 16 procent in 2022-2024. China vergrootte zijn aandeel in dezelfde periode van 24 naar 48 procent.
De opmars van China beperkt zich bovendien niet langer tot relatief eenvoudige, arbeidsintensieve producten. China is steeds dominanter in nieuwe en technologisch complexe goederen, zoals specifieke drones, zonnecellen, elektrische auto’s, geavanceerde machines en chemische producten. Bij nieuwe strategische producten was China in 2017-2019 de grootste exporteur van 34 procent; in 2022-2024 liep dat aandeel op tot 63 procent. De gemiddelde complexiteit van Chinese strategische exportproducten ligt inmiddels bijna op het niveau van die van de EU, terwijl de Europese complexiteit afneemt. De Verenigde Staten scoren lager in deze vergelijking, mede doordat hun economische kracht vooral ligt in digitale en financiële diensten, die buiten deze analyse vallen.
Om afhankelijkheden af te bouwen, moet Europa volgens de onderzoekers beter gebruikmaken van de bestaande productiekennis in lidstaten. Duitsland, Spanje en Italië lijken door hun brede industriële basis het best geplaatst om veel strategische producten zelf te gaan produceren. Nederland heeft vooral kansen bij bepaalde chemische producten, dankzij zijn sterke chemische clusters. De landen kunnen echter niet alle afhankelijkheden alleen aanpakken. Ook moeten investeringen passen binnen de bredere economie en kunnen samenwerking met andere EU-landen en betrouwbare partners buiten de EU nodig zijn.
De conclusie is dat Europa nog steeds over belangrijke industriële sterke punten beschikt, maar snel terrein verliest aan China. Een gericht Europees beleid moet daarom zowel bestaande afhankelijkheden verminderen als nieuwe strategische productie opbouwen. Door productie te ontwikkelen op plaatsen waar al kennis, infrastructuur en capaciteit aanwezig zijn, kunnen de economische kosten van die versterking worden beperkt.
Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'