Europese fondsen sterk geconcentreerd in beperkt aantal landen
In dit artikel:
De Europese beleggingsfondsen zijn sterk geconcentreerd in Luxemburg en Ierland. Deze twee landen vertegenwoordigen doorgaans ongeveer 80 procent van de jaarlijkse netto-instroom in beleggingsfondsen in het eurogebied. De zeventien andere eurolanden, waaronder Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Nederland, leveren relatief weinig instroom, ondanks de omvang van hun economieën en pensioenfondsen.
Die concentratie maakt toezicht moeilijker. Omdat internationale geldstromen vooral via enkele jurisdicties lopen, is het lastiger om risico’s en onderlinge stromen goed in kaart te brengen. Bovendien liggen risico’s in de grote Europese fondsensector vooral bij een klein aantal nationale toezichthouders. De positie van Luxemburg en Ierland is historisch gegroeid en wordt mede verklaard door gunstige fiscale regels, zoals beperkte belasting op fondsniveau, weinig bronbelasting, voordelige belastingverdragen en btw-vrijstellingen.
Ook institutionele veranderingen beïnvloeden de cijfers. In Nederland is sinds 2021 uitstroom zichtbaar als gevolg van de pensioenhervorming. Pensioenfondsen zetten beleggingen deels om van participaties in Nederlandse beleggingsfondsen naar mandaatbeleggingen op de eigen balans. Daardoor verdwijnen deze beleggingen uit de statistieken van beleggingsfondsen, ook al blijft het vermogen belegd.
Vandaag Inside: Samuel Welten geeft niet om luxe, Merel Ek: ‘Je hebt een huis op Bali én een Maserati!’