Europese industrie onder druk door onderwaardering renminbi
In dit artikel:
Sinds 2021 is de reële wisselkoers van de renminbi ten opzichte van de euro met ongeveer 38% gedeprecieerd, waardoor Chinese industrieproducten in vijf jaar tijd gemiddeld flink goedkoper zijn geworden dan Europese concurrenten. Die ontwikkeling volgt uit uiteenlopende producentprijsbewegingen: in Europa stegen prijzen door covid‑schok en hogere energieprijzen na de oorlog in Oekraïne, terwijl in China producentenprijzen daalden door de vastgoedcrisis en zwakke binnenlandse consumptie, wat de Chinese exportpositie versterkte.
Op basis van koopkrachtpariteit zou de renminbi nominalerwijs moeten appreciëren, maar tussen 2021 en 2025 is de valuta juist met circa 6% gedaald ten opzichte van de euro. De meest aannemelijke verklaring is actief wisselkoersbeheer door de Chinese staat om een lage renminbi te handhaven; waar dat vroeger via directe valutareserverransacties ging, lijkt het beleid nu deels via een netwerk van staatsgeleide banken te lopen, waardoor het mechanisme minder zichtbaar is.
De combinatie van kunstmatig goedkope renminbi en Chinese overcapaciteit schaadt de Europese industrie: het handelstekort met China verdubbelde van ~180 miljard euro in 2020 naar ~360 miljard in 2025, waardoor steeds meer Nederlandse en Europese industriële banen bedreigd worden. Om die banen te beschermen zal Europa zowel zijn industriële weerbaarheid moeten versterken als diplomatieke en handelsdruk moeten uitoefenen op China om zijn handelsoverschot te verkleinen.
Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'