Gemeentelijke woonlasten blijven in lijn met inflatie en inkomen
In dit artikel:
Huishoudens in Nederland betalen jaarlijks gemeentelijke woonlasten: onroerendezaakbelasting (ozb), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Deze lasten zijn de afgelopen vier jaar duidelijk sterker gestegen dan in de jaren daarvoor, deels als gevolg van rijksbeleid richting gemeenten. Gemiddeld stegen de woonlasten tussen 2008 en 2018 met ongeveer 1,1% per jaar; tussen 2018 en 2026 liep dat op naar circa 4,0% per jaar.
Tegelijkertijd zijn ook energierekeningen en de kosten van dagelijkse boodschappen fors hoger geworden, onder meer door oorlogen zoals die in Oekraïne en spanningen in Iran. Die gecombineerde prijsdruk zorgt bij sommige huishoudens voor zorgen over betaalbaarheid van alle huishoudelijke uitgaven, inclusief gemeentelijke belastingen.
In historisch perspectief vallen de woonlasten echter mee: gecorrigeerd voor inflatie zijn ze sinds 2008 gemiddeld slechts met ongeveer 0,2% per jaar toegenomen, en ten opzichte van het beschikbare inkomen zijn ze zelfs licht gedaald (ongeveer 0,2% per jaar). Op basis daarvan is er nog geen aanwijzing dat gemeentelijke belastingen voor grote groepen onbetaalbaar zijn. Dat sluit niet uit dat individuele huishoudens financiële problemen kunnen ervaren—meestal liggen die knelpunten buiten de gemeentelijke belastingen.
De Oranjezomer: Hugo Borst maakt statement tegen Ronaldo: 'Er is een complot gaande...'