Greenpeace hoopt dat Nederlandse rechter miljoenenboete uit VS van tafel veegt
In dit artikel:
In de Amsterdamse rechtbank stonden Greenpeace en het Amerikaanse pijpleidingbedrijf Energy Transfer elkaar donderdag tegenover. Aanleiding is een Amerikaanse rechtszaak die Energy Transfer vorig jaar won: een rechtbank in North Dakota kende het bedrijf 345 miljoen dollar (bijna 300 miljoen euro) aan schadevergoeding toe omdat Greenpeace volgens Energy Transfer heeft bijgedragen aan protesten en vertragingen rond de 1.900 km lange Dakota Access Pipeline, die dicht langs natuurgebieden en inheems land ligt en waar zorgen bestonden over drinkwater.
Greenpeace, met het hoofdkantoor in Nederland, stelt dat het vonnis een voorbeeld is van een SLAPP (een juridische procedure bedoeld om critici te intimideren) en zegt de boete niet te kunnen betalen; de organisatie vreest dat de Amerikaanse tak daardoor in gevaar komt. Energy Transfer bestrijdt dat beeld en wijst erop dat Greenpeace vorig jaar nog aanzienlijke middelen had. Greenpeace legt zich niet neer bij het Amerikaanse oordeel en probeert via Europese wetgeving het vonnis (gedeeltelijk) ongedaan te maken.
De zaak in Amsterdam is vooralsnog procedureel: de rechter moet eerst beoordelen of de Nederlandse rechtbank bevoegd is om over het Amerikaanse vonnis te oordelen. Die vraag wordt op 3 juni beslist. Als de rechter bevoegd wordt verklaard, kan hij bepalen of het vonnis een intimidatiezaak betreft en of de EU-richtlijn tegen SLAPP’s, die in 2024 werd ingevoerd, bescherming biedt — Greenpeace is de eerste organisatie die daar een beroep op doet. Lukt dat niet, dan zal de strijd in de VS moeten worden voortgezet; daar loopt ook een hoger beroep tegen de miljoenenboete.
De zitting trok veel publiek ondanks haar procedurele karakter en kan precedenten scheppen voor andere ngo’s, journalisten en klokkenluiders die met vergelijkbare intimidatieprocedures worden geconfronteerd.