Herplaatsing werknemers energie-intensieve industrie is niet evident
In dit artikel:
De verduurzaming van de energie-intensieve industrie kan banen kosten, vooral wanneer bedrijven door hoge energie- en emissiekosten productie verplaatsen of sluiten. Hoewel de huidige arbeidsmarkt krap is en daardoor veel nieuwe banen beschikbaar zijn, betekent dat niet automatisch dat technisch personeel snel een passende functie vindt. Dat hangt sterk af van de overdraagbaarheid van vaardigheden en van de regionale arbeidsmarkt.
Onderzoekers brachten dit in kaart met twee hypothetische sluitingen: Tata Steel in IJmuiden en kunstmestproducent Yara in Sluiskil. Zij koppelden de vaardigheden van potentieel getroffen werknemers aan de vaardigheden die in regionale vacatures worden gevraagd. Hoe groter de overlap, hoe kleiner de benodigde omscholing en hoe beter de verwachte herplaatsing.
De verschillen zijn aanzienlijk. Van de circa 5.900 vaktechnische werknemers van Tata Steel zou naar schatting 30,0 tot 63,8 procent direct of met beperkte omscholing kunnen worden herplaatst. Voor 36,2 tot 70,0 procent dreigt in de simulaties werkloosheid. Bij Yara, met ongeveer 750 werknemers, ligt de verwachte herplaatsing tussen 64,7 en 89,2 procent; het werkloosheidsrisico bedraagt daar 10,8 tot 35,3 procent. Zeeuws-Vlaanderen heeft daarmee een veerkrachtigere arbeidsmarkt dan de IJmond, onder meer door een betere aansluiting tussen beschikbare vaardigheden en regionale vacatures.
De omscholingsopgave is bij Tata Steel bovendien groter en ingewikkelder. Het bedrijf heeft meer werknemers uit een breed scala aan gespecialiseerde beroepen. Zij moeten vooral technische vaardigheden ontwikkelen, zoals machineonderhoud en het werken met technische documentatie. Bij Yara gaat het vaker om logistieke, organisatorische en coördinerende vaardigheden. De uitkomsten laten zien dat niet alleen het aantal vacatures telt, maar ook de inhoud en overdraagbaarheid van de kennis die werknemers hebben opgebouwd.
Daarmee ontstaat een minder optimistisch beeld dan bij de sluiting van VDL Nedcar in Limburg. Daar vond ongeveer 80 procent van de 4.000 ontslagen werknemers binnen vijf maanden nieuw werk dankzij begeleiding, sollicitatietraining en scholing. Volgens de onderzoekers is dat voorbeeld niet zonder meer toepasbaar op de energie-intensieve industrie. Analyses die alleen met brede beroepsclassificaties werken, kunnen specialistische bedrijfs- en sectorspecifieke vaardigheden overschatten of onvoldoende herkennen.
Bij een eventuele sluiting zouden de arbeidsmarktposities van werknemers, vooral bij Tata Steel, waarschijnlijk verslechteren. Doorslaggevend zijn de omvang van de uitstroom, de specificiteit van de vaardigheden, de diversiteit van werkgevers in de regio en de bereikbaarheid van alternatieve banen. Werknemers met unieke kennis lopen niet alleen een groter risico op werkloosheid, maar kunnen ook in loon, functie en arbeidsvoorwaarden achteruitgaan.
De studie spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van bedrijfssluitingen, maar pleit wel voor vroegtijdige maatregelen tijdens de energietransitie. Korte, modulaire en competentiegerichte opleidingen, aangevuld met loopbaanbegeleiding en sollicitatietraining, kunnen helpen om langdurige werkloosheid en een daling op de arbeidsmarkt te voorkomen. Tijdelijke steun en maatwerk zijn volgens de onderzoekers nodig om regionale en sociale schade te beperken en werknemers tijdig naar nieuwe groeisectoren te laten overstappen.
Vandaag Inside: René van der Gijp vol bewondering: ‘Verstappen en Russell zijn echt kunstenaars!’