Het is geen mythe dat de cao-lonen achterblijven
In dit artikel:
De nieuwste cijfers van het CPB wijzen erop dat cao-lonen en de totale loonkosten in Nederland achterblijven bij de arbeidsproductiviteit en de stijgende prijzen. Daarmee wordt de beschikbare macro-loonruimte — de economische ruimte voor hogere arbeidsvoorwaarden zonder dat het aandeel van arbeid in het nationaal inkomen verandert — onvoldoende benut. Eerdere cijfers leken juist te suggereren dat cao-lonen in 2009–2019 ongeveer gelijke tred hielden met de productiviteit, maar bijgestelde nationale rekeningen laten nu zien dat de productiviteitsgroei in die periode hoger lag.
Over de lange periode 2000–2025 bleef de cao-loonstijging 6,2 procentpunt achter bij de theoretische loonruimte. Ook tussen 2019 en 2025 was sprake van een achterstand van 1,6 procentpunt. De arbeidsinkomensquote (AIQ), het deel van het nationaal inkomen dat naar arbeid gaat, bevestigt dit beeld. Die quote daalde in 2022 naar 68 procent en bleef daarna onder het niveau dat als passend wordt beschouwd. Een langdurige achterstand kan de koopkracht en consumptie drukken, terwijl een te sterke loonstijging juist inflatie en lagere bedrijfswinsten kan veroorzaken.
Ook op het niveau van afzonderlijke cao’s is de achterstand zichtbaar. Van de 67 grootste cao’s in de marktsector bleef tussen 2020 en 2025 bij 43 cao’s de loonstijging zowel achter bij de inflatie als bij de theoretische loonruimte. Slechts vijf cao’s kwamen boven die loonruimte uit. Gemeten naar het aantal werknemers hadden ongeveer 1,7 miljoen mensen een loonstijging boven de inflatie maar onder het richtsnoer, 700.000 werknemers bleven ook onder de inflatie en slechts 300.000 kwamen boven het richtsnoer uit. In totaal ging het om circa 2,4 miljoen werkenden met een cao-loonstijging onder de verantwoorde loonruimte.
De auteur waarschuwt dat de achterstand de komende jaren verder kan oplopen, omdat cao’s vaak met vertraging op inflatie reageren. Mogelijke verklaringen zijn een verschuiving van de onderhandelingsmacht naar werkgevers en een grotere rol van bonussen en promoties. Wel zijn de uitkomsten gevoelig voor periodekeuze, statistische herzieningen, samenstellingseffecten en verschillen tussen sectoren. Die kanttekeningen doen volgens de analyse echter weinig af aan de bredere conclusie dat cao-lonen structureel achterlopen.
Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'