Het nieuwe stikstofbeleid kan efficiënter
In dit artikel:
De stikstofbrief van minister Van Essen heeft dankzij steun van PRO voorlopig een meerderheid in de Tweede Kamer. Daarmee lijkt een mogelijke doorbraak in het jarenlang vastgelopen stikstofbeleid binnen bereik. De voorgestelde aanpak werkt met doelsturing: de overheid bepaalt hoeveel emissie Nederland in 2035 mag uitstoten en vertaalt die nationale doelen naar normen voor individuele bedrijven. Boeren krijgen zo duidelijkheid over de vereiste reductie, maar mogen zelf bepalen met welke maatregelen zij die realiseren.
Een belangrijk onderdeel is het vastleggen van de milieugebruiksruimte voor 2035. Aan de bestaande verhandelbare fosfaatrechten worden grenzen gekoppeld voor ammoniak (NH₃) en broeikasgassen. Per fosfaatrecht mag in 2035 maximaal 0,164 kilogram ammoniak en 0,92 kilogram CO₂-equivalent worden uitgestoten. Bij het nationale fosfaatplafond zou dat neerkomen op maximaal 22,14 miljoen kilogram ammoniak en 124,2 miljoen kilogram CO₂-equivalenten. De normen zijn ambitieus: de ammoniakuitstoot uit stallen moet bij veel bedrijven met ruim 40 procent dalen. Dat kan onder meer via voer- en managementmaatregelen, meer weidegang, aanpassingen in de veestapel, emissiearme stallen of mestopslag.
De voorgestelde koppeling van fosfaat-, ammoniak- en CO₂-rechten is volgens de analyse echter een belangrijke tekortkoming. Eén instrument wordt ingezet voor drie verschillende doelen, terwijl die emissies technisch en economisch niet op dezelfde manier ontstaan. Fosfaatrechten reguleren vooral de omvang van de melkveestapel, terwijl ammoniak vaak kan worden verminderd met technieken of bedrijfsmaatregelen die nauwelijks invloed hebben op het aantal dieren of de fosfaatproductie. Ook de goedkoopste mogelijkheden om CO₂ te reduceren zullen niet bij dezelfde bedrijven liggen als de goedkoopste maatregelen voor fosfaat of ammoniak.
Door de rechten aan elkaar vast te koppelen, kunnen bedrijven die relatief goedkoop extra ammoniak reduceren die winst niet eenvoudig inzetten bij bedrijven waar reductie veel duurder is. Daardoor gaat specialisatie tussen bedrijven verloren en kan het behalen van de nationale doelen meer kosten dan nodig. Het gebruik van fosfaatrechten als tijdelijk referentiepunt is volgens de analyse wel verdedigbaar, omdat daarmee geen volledig nieuw stelsel hoeft te worden opgezet. Daarna zouden ammoniak- en CO₂-rechten echter moeten worden losgekoppeld en afzonderlijk verhandelbaar worden gemaakt. Zo blijft de verantwoordelijkheid bij individuele boeren liggen, terwijl de totale emissiedoelen tegen lagere maatschappelijke kosten kunnen worden gehaald.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Die man kan bij mij nooit meer wat goed doen!'