Het succes van 50 jaar Apple is vooral het succes van de iPhone
In dit artikel:
Apple viert vijftig jaar en wordt herinnerd als het bedrijf dat thuiscomputers en later smartphones radicaal veranderde. In de jaren zeventig maakte de Apple II (1977) persoonlijk gebruik van computers mogelijk door ze aan een scherm te koppelen, een idee van medeoprichter Steve Wozniak dat het apparaat toegankelijker maakte dan de hobbykits van toen. De Apple II groeide dankzij zakelijke software—met name een spreadsheet uit 1979—uit tot een instrument voor boekhouders en accountants, niet alleen voor hobbyisten.
De introductie van de Macintosh in 1984 bracht een geïntegreerde computer met muis en grafische interface en wordt vooral onthouden vanwege een iconische reclamecampagne. Commercieel bleek de Mac echter geen vroege hit; hij was duur en de Apple II bleef beter verkopen. Dat leidde in 1985 tot het vertrek van Steve Jobs. Zijn terugkeer in de jaren negentig—toen Apple worstelde met concurrentie van Microsoft—markeerde het begin van een nieuw tijdperk: de iMac (1998) zette Apple weer op de kaart en legde de basis voor de doorbraak van de iPhone in 2007.
De iPhone is sindsdien het grootste succes in de geschiedenis van consumentenelektronica: Apple verdient jaarlijks meer dan 200 miljard dollar aan de smartphone, wat ruim de helft van de totale omzet uitmaakt, en in totaal zijn er meer dan drie miljard iPhones verkocht. Daardoor behoort Apple tot de meest waardevolle bedrijven ter wereld.
Tegelijkertijd maakte Apple ook fouten en kende het projecten die stranden. In 2017 werd een draadloze lader aangekondigd die nooit op de markt kwam; in 2024 stopte het bedrijf na jarenlange ontwikkeling met een zelfrijdende auto, een project dat volgens berichtgeving miljarden kostte. Nieuwere hardware, zoals een headset voor virtuele beelden die twee jaar geleden verscheen, verkoopt matig maar illustreert dat Apple actief zoekt naar "het volgende grote ding".
Volgens rapporten ontwikkelt Apple nu een camerabril en een klein draagbaar apparaat (een hanger) met microfoon en spraakbediening. Daarmee concurreert het niet alleen met traditionele rivalen als Microsoft en Samsung, maar ook met Meta (al met een camerabril) en spelers als OpenAI die eveneens aan hardware werken. Tablets, horloges en hoofdtelefoons leveren wel inkomsten op, maar niets evenaart het economische gewicht van de iPhone. Apple blijft daardoor sterk afhankelijk van één product terwijl het tegelijk experimenteert om nieuwe markten te veroveren.