Importheffingen kunnen tegenwicht bieden aan structurele handelstekorten

dinsdag, 1 september 2026 (00:12) - ESB.nl

In dit artikel:

Importheffingen worden doorgaans gezien als protectionisme, maar kunnen volgens de auteur onder voorwaarden ook dienen als instrument om hardnekkige handelstekorten en economische afhankelijkheid te beperken. De discussie is opnieuw actueel door het aangescherpte handelsbeleid van de Verenigde Staten, de geopolitieke spanningen en de Europese zorgen over de handelsoverschotten van China.

De klassieke economische theorie gaat ervan uit dat wisselkoersen handelstekorten vanzelf corrigeren. Een tekort zou de munt van het betreffende land verzwakken, waardoor import duurder en export goedkoper wordt. Sinds het einde van het Bretton Woods-systeem blijkt dat mechanisme echter niet betrouwbaar te werken. Wisselkoersen worden niet alleen door handelsstromen bepaald, maar ook door internationale kapitaalstromen.

De Verenigde Staten laten dat volgens de auteur duidelijk zien. Het land heeft sinds de jaren tachtig vrijwel onafgebroken een tekort op de lopende rekening, terwijl de dollar niet structureel is verzwakt. Buitenlandse beleggers beschouwen Amerikaanse staatsobligaties als veilige activa, waardoor kapitaal naar de VS blijft stromen en de dollar juist wordt ondersteund. Daardoor kan het handelstekort voortduren.

Een sterke munt maakt binnenlandse productie relatief duur en import goedkoop. Dat kan investeringen in exportgerichte en importconcurrerende sectoren ontmoedigen en productie naar het buitenland verplaatsen, een effect dat bekendstaat als ‘Dutch disease’. Tegelijkertijd kunnen kapitaalinstroom en goedkope kredietverlening consumptie, schulden, vastgoedprijzen en financiële kwetsbaarheid aanjagen. Volgens de auteur kunnen structurele handelstekorten zo leiden tot de-industrialisatie, maatschappelijke spanningen en geopolitieke afhankelijkheid.

Historische systemen zoals de goudstandaard en Bretton Woods probeerden handelsonevenwichtigheden via internationale afspraken te corrigeren. Zulke multilaterale instituties staan nu echter onder druk. Importheffingen kunnen daarom een unilateraal alternatief vormen: ze maken buitenlandse producten duurder, vergelijkbaar met het effect van een muntdepreciatie, en kunnen investeringen en werkgelegenheid in de binnenlandse verhandelbare sector stimuleren.

De auteur benadrukt dat heffingen niet automatisch effectief zijn. Recente Amerikaanse maatregelen hebben nog geen duidelijke heropleving van de maakindustrie laten zien, maar aanbodreacties kunnen jaren duren. Vooral wisselvallig, selectief of tijdelijk beleid geeft bedrijven onvoldoende zekerheid om te investeren. Een geloofwaardig systeem zou daarom transparant, proportioneel en zo min mogelijk afhankelijk van politieke willekeur moeten zijn.

Als mogelijke uitwerking wordt een uniforme importheffing voorgesteld die jaarlijks wordt aangepast aan de hand van het vijfjarig gemiddelde van het saldo op de lopende rekening. Bij een structureel tekort zou de heffing stapsgewijs stijgen; bij een overschot zou zij weer worden afgebouwd. De Europese Unie zou zo’n mechanisme dankzij haar institutionele en juridische waarborgen relatief geloofwaardig kunnen toepassen. Naast het verkleinen van handelstekorten kan het worden ingezet voor strategische productie, economische weerbaarheid, verduurzaming en het tegengaan van oneerlijke concurrentie, zoals bij het Europese Carbon Border Adjustment Mechanism.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Samuel Welten heeft niet door dat camera al draait in In de Wandelgangen: 'Ooooh god!'