Iranoorlog kan onze economie flink schaden, maar minder dan energiecrisis 2022
In dit artikel:
De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwt dat de oorlog in het Midden-Oosten de Nederlandse economie kan schaden, vooral doordat de strijd leidt tot hogere energie- en olieprijzen. De toezichthouder maakte nieuwe doorrekeningen waaruit blijkt dat de omvang van de schade vooral afhangt van hoe lang de oorlog duurt: bij een snel einde blijven groei en inflatie relatief beperkt, maar bij langdurig hoge energieprijzen wordt het erger.
In het meest ernstige scenario krimpt de economische groei in 2026 en 2027 met circa 0,8 procentpunt ten opzichte van eerdere verwachtingen. De inflatie zou dan dit jaar ongeveer 1,6 procentpunt hoger uitvallen en volgend jaar circa 2,8 procentpunt hoger. Als gevolg daarvan zullen huishoudens minder uitgeven, neemt de werkloosheid toe en daalt het consumentenvertrouwen verder — een ontwikkeling die al zichtbaar was in het door CBS gerapporteerde verslechterde consumentenvertrouwen in maart.
DNB benadrukt dat de druk op inkomens ongelijk valt: lagere inkomens worden relatief sterker geraakt omdat zij een groter deel van hun budget aan vaste lasten zoals energie besteden, terwijl hogere brandstofprijzen meer gelijk verdeeld doorwerken over inkomensgroepen. Toch verwacht DNB dat zelfs het zwaarste scenario voor huishoudens minder pijnlijk is dan de energiecrisis van 2022 na de Russische inval in Oekraïne.
Kort samengevat: de economische gevolgen voor Nederland zijn reëel maar sterk afhankelijk van de duur van het conflict; kortstondige prijsstijgingen zijn beheersbaar, langdurige hoge energieprijzen leiden tot lagere groei, hogere inflatie en verslechterde huishoudfinanciën, met name voor de laagste inkomens.