Jarig Apple wil binnen vier jaar 'CO2-neutraal' zijn, maar kan dat wel?
In dit artikel:
Apple gebruikte een persbijeenkomst in de eigen Apple Store in Amsterdam, vlak voor het jubileum, om zijn duurzaamheidsbeleid toe te lichten. Het techbedrijf streeft ernaar in 2030 CO2-neutraal te zijn en zegt dat de eigen uitstoot sinds 2015 al met ongeveer 60 procent is gedaald.
Frank Lenderink, Director Environmental Initiatives bij Apple Nederland, legt uit dat het bedrijf eerst zijn belangrijkste uitstootbronnen aanpakt: de energievoorziening, toeleveranciers, gebruikte materialen en logistiek. Voorbeelden zijn overstap op duurzame energie, meer gerecycled materiaalgebruik en verplaatsing van lucht- naar zeetransport. Aluminium vormt circa een kwart van Apples totale uitstoot; door gerecycled aluminium te gebruiken zou de uitstoot van dat onderdeel met 76 procent zijn verminderd. Apple investeert daarnaast in apparaatrecycling, onder meer met de robot Daisy in Breda die honderden iPhones per uur kan demonteren, en via een inruilprogramma dat toestellen klaarmaakt voor hergebruik of geld teruggaf bij onbruikbare exemplaren.
Tegelijkertijd kwamen kritische geluiden naar voren. Emeritus-hoogleraar Jacqueline Cramer waarschuwde dat recyclen de laatste stap moet zijn: eerst zou de focus moeten liggen op minder productie en langere levensduur van apparaten. Apple zelf plante als strategie een reductie van 75 procent; de resterende emissies zouden worden gecompenseerd met koolstofprojecten (zoals bosaanplant). Zulke compensaties zijn echter omstreden: een project met eucalyptusaanplant in Paraguay leverde kritiek op omdat het volgens milieuorganisaties weinig bijdraagt aan biodiversiteit en omdat het gebied alleen tijdelijk gehuurd is. Ook wijst kritiek erop dat sommige stappen, zoals de overstap naar USB-C, grotendeels het gevolg zijn van wetgeving waar Apple zich eerder tegen verzette.
Lenderink benadrukte dat Apple al vóór wetgeving met sommige maatregelen begon en zijn rol als grote speler ziet in het versnellen van de transitie. De discussie blijft zich vooral richten op de balans tussen technische maatregelen, wetgeving, daadwerkelijke verlaging van consumptie en de betrouwbaarheid van compensatieprojecten.