Juist nu moet Europa blijven inzetten op handel
In dit artikel:
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwt in zijn rapport uit 2026 dat China en de Verenigde Staten economische afhankelijkheden steeds vaker als geopolitiek machtsmiddel gebruiken. Europa dreigt daardoor achterop te raken, vooral bij cruciale technologieën. De WRR pleit daarom voor meer aandacht voor strategische afhankelijkheden, innovatie, Europese schaalvergroting en een actiever industriebeleid. Ook stelt de raad een brede Europese importheffing voor om de vermeende handelsverstoringen door China tegen te gaan.
De auteurs vinden het terecht dat Nederland en Europa kritischer kijken naar investeringen, innovatie en economische veiligheid. Zij betwijfelen echter of de WRR de Chinese handelspositie en de omvang van de mondiale onevenwichtigheden juist analyseert. Volgens hen baseert de raad zich te sterk op goederenhandel, absolute bedragen en cijfers tegen lopende prijzen. Daardoor blijven diensten buiten beeld en worden handelsoverschotten en -tekorten door economische groei en inflatie sterk opgeblazen. Gecorrigeerd voor deze factoren ontstaat volgens de auteurs een genuanceerder beeld van China. Het grootste Chinese overschot op de lopende rekening lag rond 2007, terwijl Nederland in 2024 zelf een overschot van meer dan 9 procent had.
Ook de bewering dat China de yuan structureel onderwaardeert, wordt volgens de auteurs onvoldoende ondersteund door de gegevens. De reële effectieve wisselkoers van de Chinese munt steeg tussen 2004 en 2022, waarna de yuan pas weer verzwakte. Onderzoek van onder anderen voormalig IMF-hoofdeconoom Gita Gopinath wijst er volgens het artikel eerder op dat China soms intervenieert om een verdere verzwakking van de munt te voorkomen dan om die kunstmatig laag te houden.
De onderliggende oorzaak van handelsonevenwichtigheden ligt volgens de auteurs niet primair in handelspolitiek, maar in verschillen tussen sparen en consumeren. China spaart veel en investeert sterk, terwijl de Verenigde Staten onvoldoende sparen en daardoor een tekort op de lopende rekening hebben. Dat wordt problematisch wanneer overheden de binnenlandse consumptie bewust beperken om export te stimuleren. De WRR vermoedt dat China dit doet via onder meer subsidies, lage lonen en wisselkoersbeleid, maar de auteurs vinden het onderscheid tussen oneerlijke steun en legitiem langetermijnbeleid lastig te maken.
China gebruikt zijn industrie- en innovatiebeleid volgens hen ook om de gevolgen van vergrijzing en een krimpende beroepsbevolking op te vangen. Door samenwerking tussen overheid, bedrijven en kennisinstellingen heeft het land in sectoren als elektrische auto’s een sterke positie opgebouwd. Onderzoek van het Australian Strategic Policy Institute laat volgens het artikel zien dat China inmiddels in veel meer strategische technologieën vooroploopt dan de Verenigde Staten. Tegelijkertijd erkennen de auteurs dat China geregeld wordt beschuldigd van oneerlijke subsidies en schending van intellectueel eigendom. Zij wijzen er echter op dat ook de VS en Europa actief industriebeleid voeren en dat het onderscheid tussen subsidie en investering niet altijd helder is.
Daarom noemen zij het WRR-advies op dit punt dubbelhartig. De raad bekritiseert Chinese staatssteun, maar adviseert Europa tegelijk om zelf actiever industriebeleid te voeren. Dat kan bovendien leiden tot verspilling wanneer gevestigde bedrijven met goede politieke contacten steun krijgen ten koste van kansrijke start-ups. De WRR waarschuwt wel voor dit risico, maar werkt onvoldoende uit hoe Europees beleid zich concreet moet onderscheiden van het Chinese of Amerikaanse model. Alleen meer industriebeleid garandeert bovendien niet dat Europa de technologische achterstand op korte termijn inhaalt.
De auteurs verwerpen vooral het voorstel voor brede Europese importheffingen. Europa is sterk afhankelijk van internationale handel en moet Europese bedrijven juist in staat stellen wereldwijd te concurreren. Een afgeschermde interne markt helpt daar niet vanzelf bij. Bovendien bestaan veel Chinese importproducten uit halffabricaten die Europese bedrijven goedkoop kunnen verwerken, wat hun concurrentiepositie juist kan versterken.
Een betere strategie is volgens het artikel intensievere samenwerking binnen Europa en met gelijkgestemde landen. Europa beschikt over relatief voorspelbare en transparante instituties en een groot netwerk van handelsverdragen. Nu de Wereldhandelsorganisatie verzwakt, kan de EU coalities vormen met partners als Canada rond handel, defensie, kritieke grondstoffen en economische weerbaarheid. Zo’n aanpak beschermt Europese belangen zonder de wereldhandel af te sluiten.
Dat vereist wel meer Europese integratie en politieke bereidheid, terwijl handelsakkoorden nog traag worden geratificeerd en nationale belangen vaak overheersen. De conclusie luidt daarom dat de WRR terecht oproept tot strategischer handels- en innovatiebeleid, maar dat Europa zijn weerbaarheid vooral moet versterken via samenwerking en niet via protectionistische importheffingen.
Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'