Kijk voor strategische afhankelijkheden ook naar technologieën en bedrijven

donderdag, 4 juni 2026 (00:12) - ESB.nl

In dit artikel:

Het artikel stelt dat het huidige streven naar strategische autonomie te veel leunt op sector- of goederencategorieën en daardoor blind blijft voor technologische dynamiek. In een wereld waarin economische positie steeds sterker samenvalt met geopolitieke macht, ontstaan zogenaamde control points: knooppunten in waardeketens waarvan controle strategische invloed geeft. Omdat staten deze afhankelijkheden steeds vaker als drukmiddel gebruiken, groeit binnen Nederland en de EU de roep om explicieter te sturen op het verwerven of verminderen van zulke control points (referenties in de tekst wijzen naar beleid en debatten uit 2024–2026).

Beperkingen van sector- en productbenaderingen
De gebruikelijke focus op sectoren of op productgroepen (zoals handelsstatistieken op basis van het geharmoniseerd systeem) levert praktische herkenbaarheid op, maar vormt volgens de auteurs een momentopname die voorbijgaat aan de drijvende krachten van technologische vernieuwing. Cruciale afhankelijkheden ontstaan niet zelden op het niveau van kennis, standaarden, intellectueel eigendom en gespecialiseerde infrastructuur — factoren die zich over meerdere producten en sectoren uitstrekken. Daardoor blijven kwetsbaarheden onzichtbaar wanneer beleid alleen naar bestaande goederenstromen kijkt.

Waarom een technologie-focus noodzakelijk is
Een techniekgerichte aanpak brengt in kaart waar de doorbraken plaatsvinden en wie daar zeggenschap over heeft. Opkomende technologieën zoals quantumcomputing illustreren het probleem: ze hebben nog geen afgebakende markten en verschijnen eerst via onderzoek, prototypes en kennisnetwerken. AI toont hoe één onderliggende technologie talloze toepassingen en daarmee verspreide afhankelijkheden creëert (biodesign, autonoom vervoer, precisielandbouw, publieke besluitvorming). De EU-dual-uselijst illustreert bovendien dat beleidsmatige classificatie vaak al op technisch-functionele kenmerken moet rusten, niet op brede productgroepen. Een technologiebenadering richt zich daarom op kennisconcentraties, patenten, standaarden, testinfrastructuur en samenwerkingsnetwerken — sleutelpunten om toekomstige control points te herkennen en te beïnvloeden.

Waarom ook een bedrijvenfocus nodig is
Afhankelijkheden ontstaan en werken door via actoren: bedrijven bepalen welke kennis ze ontwikkelen, waar ze produceren en met wie ze samenwerken. Veel kwetsbaarheden concentreren zich rond enkele spelers. Voorbeelden uit de recente literatuur en praktijk: drie Amerikaanse hyperscalers domineren de cloudmarkt (Amazon, Google, Microsoft); binnen de halfgeleiderketen claimen partijen als ASML (EUV-lithografie), TSMC (chipfabricage) en Nvidia (GPU’s) unieke posities die strategische afhankelijkheden vormen. Om effectief te kunnen ingrijpen is het dus essentieel te weten welke bedrijven feitelijk de zeggenschap en marktmacht hebben — pas dan kan beleid gerichte knoppen bediennen om control points te verwerven, te verdedigen of te mitigeren.

Beleidsimplicaties: scherpe keuzes en gerichte instrumenten
De combinatie van technologie- en bedrijfsanalyse leidt tot het pleidooi voor meer gedifferentieerd industrie- en innovatiebeleid. In plaats van breed topsectorbeleid is gerichte inzet gewenst: prioriteiten stellen voor specifieke (toepassingen van) sleuteltechnologieën, investeren in opschalingscapaciteit, aantrekken van strategische bedrijven, openbaar-private co-investeringen of zelfs staatsdeelname waar dat nodig is (als voorbeeld wordt verwezen naar Amerikaanse staatssteun aan Intel in 2025). Ook instrumenten als publieke inkoop als launching customer, het vormgeven van standaarden en regelgeving en het versterken van testfaciliteiten en talent zijn onderdeel van het arsenaal.

Tegelijkertijd erkennen de auteurs dat actief kiezen risico’s met zich meebrengt: gerichte interventies kunnen leiden tot overheidsfalen (favorisering van gevestigde spelers of kansarme trajecten). Het alternatief — geen keuzes maken — laat strategische kansen aan anderen en vergroot het risico dat cruciale control points buiten Europa ontstaan. Daarom is het streven niet per se om nationale kampioenen aan te wijzen, maar om voorwaarden te scheppen waarin Europese schaalvoordelen en daarmee ‘Europese kampioenen’ kunnen ontstaan.

Concreet handelen: vier handelingsopties
Het artikel schetst verschillende beleidsroutes afhankelijk van de inschatting van risico’s: 1) afhankelijkheid accepteren en relaties verstevigen; 2) leveranciers diversifiëren; 3) alternatieven of substituten ontwikkelen; 4) eigen control points opbouwen en institutionele tegenkrachten inzetten. Welke route volgt uit kosten-batenanalyses, strategische afwegingen en politieke keuzes — en dwingt tot prioritering omdat uitbouwen van capaciteit en kennis veel middelen vergt.

Rol van bestaande strategieën en vervolg
De Nationale Technologiestrategie, actieagenda’s voor sleuteltechnologieën en het 3%-R&D-actieplan worden genoemd als vertrekpunten om prioriteiten in onderzoek, ontwikkeling en toepassing te formuleren. Maar de schrijvers benadrukken dat generieke versterking van randvoorwaarden (kennisinfrastructuur, testfaciliteiten, regelgeving, talent, kapitaal) nodig blijft, én dat aanvullend specifiek beleid vereist is om echt nieuwe control points te creëren.

Kernconclusie
Voor toekomstgericht geopolitiek-economisch beleid volstaat het niet langer om alleen naar sectoren of bestaande goederenstromen te kijken. Een geïntegreerde aanpak die technologieën, de geografische en institutionele bronnen van kennis én de bedrijven die waarde uit die kennis halen centraal stelt, geeft een vollediger beeld van kwetsbaarheden en biedt beter houvast voor assortiment aan beleidsinterventies. Gegeven de geopolitieke ambities van Nederland en Europa vraagt dat expliciete keuzes over in welke domeinen en via welke instrumenten economische invloed wordt opgebouwd.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'