Lagere olieafhankelijkheid beperkt economische schok
In dit artikel:
De oorlog in het Midden-Oosten heeft volgens analyses van onder meer het IEA geleid tot een van de grootste verstoringen van het mondiale energieaanbod ooit, met een forse terugval van olie- en gasstromen via de Straat van Hormuz en een sterke stijging van de olieprijs. Toch blijven de economische gevolgen in Europa, inclusief Nederland, vooralsnog beperkt: er wordt vooral een groeivertraging verwacht, geen recessie, en de inflatie-opslag blijft kleiner dan bij de oliecrises van de jaren zeventig of de gasprijsschok in 2022.
Dat de schade relatief meevalt, komt volgens de auteur door vier veranderingen in de wereldeconomie. Landen hebben nu strategische olievoorraden en internationale afspraken om een plotseling tekort op te vangen; IEA-landen hebben al circa 400 miljoen vaten vrijgegeven. Daarnaast is het aanbod flexibeler geworden door meer productie buiten het Midden-Oosten, betere infrastructuur en vooral de opkomst van schalieolie in de VS. Ook is de economie veel minder olie-intensief dan vroeger, doordat per euro bbp minder energie nodig is en olie een kleiner aandeel heeft in de energiemix. Ten slotte zijn huishoudens en bedrijven minder kwetsbaar voor hogere energieprijzen door verduurzaming, hogere inkomens en efficiënter energiegebruik.
De tekst waarschuwt wel dat de hogere energieprijzen koopkracht kosten, vooral voor lagere inkomens, energie-intensieve sectoren en kleinere bedrijven. Daarom zou eventuele steun van de overheid tijdelijk en gericht moeten zijn, zodat kwetsbare groepen worden geholpen zonder het aanpassingsvermogen van de economie te ondermijnen. De bredere les is volgens de auteur dat verdere investeringen in energiebesparing, alternatieven en de energietransitie nodig blijven om toekomstige schokken beter op te vangen.
De Oranjezomer: Jan Slagter blijkt groot fan van tv-programma De Bondgenoten: ‘Ik vind dat zó fascinerend!’