Lokaal beprijzen netcongestie levert 200 miljard op
In dit artikel:
Nederland staat voor een snel groeiend probleem op het elektriciteitsnet. De kosten van netverzwaring worden inmiddels geraamd op 300 miljard euro tot 2050, terwijl meer dan 15.000 bedrijven en veel woningbouwprojecten op een aansluiting wachten. Volgens de auteur wordt het net gemiddeld maar voor ongeveer 20 procent benut. Een verdubbeling van de benuttingsgraad zou de wachtrijen grotendeels kunnen oplossen en de kosten van verzwaring halveren, maar daar wordt nu nauwelijks op gestuurd.
De huidige netaansturing stamt uit een tijd waarin elektriciteit vooral fossiel, schaars en voorspelbaar was. Tegenwoordig zorgen zonnepanelen, windenergie, elektrische auto’s, warmtepompen, batterijen en wisselende vraag voor veel meer pieken en onzekerheid. Netbeheerders vangen dat vooral op door kabels en transformatoren te verzwaren. Dat is volgens de auteur traag en duur en leidt bij dreigende overbelasting tot aansluitstops.
Als alternatief stelt de auteur een systeem van geneste, semi-autonome netmodules voor: zogenoemde holons. Een woning kan met een Home Energy Management System (HEMS) zijn elektrische auto, batterij, zonnepanelen en warmtepomp automatisch inzetten op momenten dat stroom en netcapaciteit goedkoop zijn. Buurttransformatoren, wijken en gemeenten kunnen vervolgens vergelijkbare beslissingen nemen op een hoger niveau. Zo blijven lokale kennis en de voorkeuren van gebruikers behouden, terwijl het totale systeem wordt geoptimaliseerd.
Daarvoor is een dynamische congestieprijs nodig die afhankelijk is van plaats en moment. Elektriciteit wordt dan duurder op locaties en tijdstippen waarop het net dreigt overbelast te raken. Volgens de voorgestelde simulaties verlaagt alleen sturen op de productieprijs de pieken onvoldoende; pas wanneer ook netcongestie wordt beprijsd, kan de hoogste netbelasting volgens het HolonFlex-scenario dalen tot ongeveer 50 procent van het huidige niveau in 2035 en 30 procent in 2050. Dat zou veel effectiever zijn dan vaste nettarieven met tijdsblokken.
De auteur schat dat snelle invoering van dit systeem tot 2050 ongeveer 200 miljard euro kan besparen ten opzichte van alleen sturen op de kosten van elektriciteitsproductie. Daarvan zou circa 50 miljard komen door minder netverzwaring en 150 miljard door minder economische schade van wachtrijen. De berekening is wel onzeker, omdat netbeheerders weinig openbare gegevens delen over capaciteit en benutting. Lokale markten kunnen volgens de auteur de benodigde prijzen berekenen; vergelijkbare systemen bestaan al in onder meer Texas en enkele lokale Nederlandse projecten.
Een dynamisch tarief kan nadelig uitpakken voor huishoudens die geen zonnepanelen, batterij of elektrische auto kunnen betalen. Dat probleem zou volgens de auteur afzonderlijk kunnen worden opgelost via goedkope basisconsumptie of een aangepaste vaste netvergoeding. De invoering kan vrijwillig en geleidelijk plaatsvinden, bijvoorbeeld via energieleveranciers of lokale energiecoöperaties, en past volgens de auteur binnen de bestaande Europese en Nederlandse regels.
Ondanks eerdere voorstellen voor dynamische contracten en lokale energiesystemen nemen de ACM, politiek en netbeheerders deze aanpak vooralsnog niet over. De auteur vindt dat er snel politieke keuzes nodig zijn: congestiebeprijzing zou niet alleen miljarden besparen, maar het net ook betrouwbaarder maken en de energietransitie versnellen.
Vandaag Inside: Johan Derksen enthousiast over Oranje-international: ‘Prettiger dan Memphis’