Nederland behoudt internationale omzet met minder buitenlandse activa

donderdag, 17 september 2026 (00:12) - ESB.nl

In dit artikel:

Nederlandse topbedrijven trekken zich door internationale spanningen niet massaal terug naar Nederland of Europa. Uit onderzoek naar de honderd grootste Nederlandse ondernemingen, over de periode 2001–2024, blijkt dat hun afhankelijkheid van buitenlandse omzet vrijwel onveranderd is gebleven. Gemiddeld kwam 50,3 procent van de omzet in 2001 uit het buitenland, tegenover 49,4 procent in 2024. Bijna driekwart van de totale omzet werd in 2024 binnen Europa behaald; het aandeel buiten Europa bleef gedurende de hele periode beperkt en daalde sinds 2014 licht.

De onderzoekers analyseerden 2.389 bedrijfsobservaties van 248 ondernemingen en bekeken naast omzet ook de geografische spreiding van activa, zoals fabrieken, onderzoeksactiviteiten en distributiecentra. Daaruit komt een ander beeld naar voren: na een sterke groei in de jaren tot 2008 hebben grote Nederlandse bedrijven hun buitenlandse activa, vooral buiten Europa, duidelijk verminderd. De financiële crisis maakte groeiverwachtingen realistischer en leidde tot het afstoten van activiteiten. Bij banken speelde bovendien overheidsingrijpen een rol. Zo moest ING na de staatssteun van 2008 activiteiten in onder meer Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Oceanië verkopen; ABN Amro werd afgeslankt tot een voornamelijk Nederlandse bank en ook NN richtte zich vooral op Nederland.

De ontwikkeling verschilt sterk per onderneming. Philips, ASML en AkzoNobel behalen al jaren een zeer groot deel van hun omzet buiten Nederland, terwijl Randstad en Ahold Delhaize hun buitenlandse oriëntatie uitbreidden. Randstad en Heineken vergrootten bovendien hun internationale activa, terwijl ING en AkzoNobel die juist terugbrachten. De twintig grootste ondernemingen zijn gemiddeld internationaler dan de overige grote bedrijven, al lijkt dat verschil de laatste jaren kleiner te worden.

Volgens de auteurs is de daling van buitenlandse activa geen bewijs voor ‘de-globalisering’ of grootschalige reshoring. Nederlandse bedrijven blijven financieel sterk afhankelijk van internationale, vooral Europese, markten. Wel voeren ze productie en andere activiteiten in het buitenland steeds vaker uit via lokale leveranciers en gespecialiseerde partners, in plaats van die zelf te bezitten. Daardoor kunnen buitenlandse activa afnemen zonder dat internationale waardeketens verdwijnen.

Ook onderzoek naar grote Britse, Spaanse en Italiaanse bedrijven wijst op een vergelijkbaar patroon: internationale omzet blijft grotendeels stabiel, terwijl de organisatie van buitenlandse activiteiten verandert. Er is daarom eerder sprake van een wereldwijde herconfiguratie dan van terugtrekking uit de wereldeconomie. Handelsconflicten kunnen die ontwikkeling verder beïnvloeden: druk vanuit de Verenigde Staten en China om lokaal te investeren, kan de daling van buitenlandse activa in de toekomst stoppen of zelfs omkeren.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Chris Woerts overtuigd: 'Uitgesloten dat de VVD een breed coalitieakkoord gaat sluiten met PRO'