Nederland is inventief maar te weinig commercieel

donderdag, 28 mei 2026 (00:12) - ESB.nl

In dit artikel:

Nederland is buitengewoon inventief — veel patenten en wetenschappelijke publicaties — maar slaagt er minder vaak in die kennis commercieel op grote schaal te brengen. Het artikel gaat in op die kloof tussen uitvinding (creëren van nieuwe kennis) en innovatie (commercialiseren en opschalen) en gebruikt het aantal unicorns (private bedrijven met ≥ $1 mrd waardering) in het afgelopen decennium als compacte indicator voor succes in schaalvergroting. Wereldwijd zijn er in die periode 1.317 unicorns ontstaan; de VS leverde 754, China 154 en Nederland 10. In absolute zin is dat niet slecht, maar gecorrigeerd voor bevolking en kennisbasis scoort Nederland beduidend minder goed dan vergelijkbare kleinere landen zoals Estland en Ierland en veel achter topperformers als de VS, Israël en Singapore.

Waarom unicorns belangrijk zijn: ze markeren niet een enkel idee maar een lang groeiproces waarin kapitaal, talent, complementaire activa, markttoegang en organisatorische opschaling samenkomen. Een unicorn betekent dat een economisch ecosysteem in staat is uitvindingen ook daadwerkelijk in wereldspelers om te zetten. Voor Nederland — voorbeelden zijn Adyen, Booking.com, Bunq, Mollie en Picnic — geldt dat elke extra unicorn grote gevolgen heeft: Booking.com illustreert dat één bedrijf veel werkgelegenheid, fiscale opbrengsten en wereldwijde impact kan genereren.

De analyse identificeert drie institutionele bottlenecks die Nederland dwarszitten:

- Kapitaal: start-ups hebben risicokapitaal nodig om te experimenteren en te groeien. Hoewel Nederland substantieel pensioenvermogen aanhoudt (ongeveer €1.568 mrd eind 2024), gaat slechts een verwaarloosbaar deel daarvan naar durfkapitaal — rond 0,012% versus circa 1,9% in de VS. Hierdoor missen Nederlandse start-ups binnenlandse groeefinanciering, zoeken ze buitenlandse investeerders of verhuizen ze naar het buitenland. Schattingen tonen dat het verhogen van institutionele allocaties naar bijvoorbeeld 0,5–1% honderden miljoenen tot enkele tientallen miljarden extra voor start-ups zou vrijmaken. Empirisch geldt ook dat elke extra $1 mrd aan beschikbare start-upfinanciering samenhangt met ongeveer 4,8 extra unicorns. Beleidsopties zijn het wegnemen van fiduciaire onzekerheden, lagere solvabiliteits- en rapportagefricties, betere transparantie in private-marktbeleggingen en ondersteuning van fund-of-funds-structuren.

- Exitinfrastructuur: oprichters en investeerders hebben geloofwaardige, liquide uitgangen (zoals IPO’s) nodig om risico’s te nemen. Europa en Nederland hebben relatief ondiepe IPO-markten en gefragmenteerde kapitaalmarkten, waardoor veelbelovende bedrijven elders opschalen of laat-noteren. Data laten zien dat elke 100 extra IPO’s samenhangt met circa 1,35 extra unicorns. Het VK toont een route: honderden IPO’s in het afgelopen decennium en recente versoepelingen van noteringsregels vergemakkelijkten beursgangen voor groeibedrijven. Nederlandse toezichthouders zouden noteringskosten en -vereisten voor scale-ups kunnen verlagen, post-listing liquiditeit en analistendekking kunnen stimuleren en publiek-private initiatieven kunnen inzetten om markten aantrekkelijker te maken.

- Het ondernemersvliegwiel: snelle groeibedrijven produceren ervaren oprichters en werknemers die later opnieuw investeren en nieuwe bedrijven opstarten. Dit «recycling»-effect werkt in sterkere ecosysteemlanden beter. In Nederland is werknemersparticipatie nog relatief beperkt — het land scoort laag in internationale vergelijkingen — ondanks verbeteringen in de fiscale behandeling van aandelenopties (aanpassingen vanaf januari 2023 en plannen voor 2027). Grotere en eenvoudigere deelname van werknemers in groeivanen en exitwinsten kan kapitaal, kennis en ambitie terugvoeden naar nieuwe ondernemingen; landen als Letland, Litouwen en Estland geven hier voorbeelden van goede optieregelingen.

De kernconclusie: de tekortkoming ligt niet bij talent of creativiteit, maar bij institutioneel ontwerp. Drie onderling versterkende mechanismen bepalen of uitvindingen commercieel uitgroeien: voldoende risicokapitaal, geloofwaardige exitroutes en een goed werkend ondernemersvliegwiel dat opbrengsten en ervaring recirculeert. Innovatiebeleid dat stopt bij R&D en start-upcreatie is daarmee onvolledig; Nederland moet commercialisatiebeleid voeren dat kapitaaltoegang, beursgangopties en werknemersparticipatie als één samenhangende strategie behandelt. Dat is niet alleen belangrijk voor het ontstaan van meer unicorns, maar ook voor productiviteitsgroei, hoogwaardige banen, belastingopbrengsten en behoud van strategische zeggenschap over technologie binnen het land.

Kortom: om meer succesvolle, wereldwijd opererende Nederlandse bedrijven te zien, zijn beleidsmaatregelen nodig die binnenlands kapitaal naar risicovolle groeibedrijven leiden, IPO‑routes aantrekkelijker maken en werknemersparticipatie versterken — zodat uitvindingen vaker uitmonden in blijvende, in Nederland verankerde innovaties.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'