Nederlandse werkenden meest productief in 20 jaar, hoe kan dat?
In dit artikel:
De Nederlandse arbeidsproductiviteit steeg vorig jaar met 2,4 procent, terwijl de economie met 1,8 procent groeide — de grootste productiviteitsstijging in twintig jaar, meldt het CBS. Het cijfer wekt enthousiasme bij economen, maar geeft volgens CBS-hoofeconoom Peter‑Hein van Mulligen niet per se een volledig of zuiver beeld van structurele vooruitgang.
Arbeidsproductiviteit meet wat er per gewerkt uur wordt geproduceerd en is belangrijk voor economische groei en welvaart. Macro-econoom Jasper Lukkezen vergelijkt het effect met “gratis bier”: meer output per uur levert algemeen voordeel zonder directe trade‑offs. Productiviteitsstijgingen komen vaak door technologische vooruitgang, maar de verklaring voor de opvallende sprong van vorig jaar is niet eenduidig.
Economen wijzen op meerdere verklarende factoren. Een belangrijke rol speelt een zogenaamde base‑effect: het dichtdraaien van de Groningse gaskraan heeft in voorgaande jaren een relatief productieve sector uit de statistieken gehaald. Toen die sector wegviel, drukte dat de productiviteit; het herstel ten opzichte van dat lage uitgangsniveau maakt de recent gemeten stijging extra groot. Daarnaast nam het totaal aantal gewerkte uren af met 0,6 procent, wat de productiviteit per uur omhoog drukt omdat de maatstaf output per gewerkt uur is.
Het CBS wijst erop dat strengere handhaving tegen schijnzelfstandigheid sinds 2025 het aantal zzp’ers heeft doen dalen; dat heeft ook invloed op de gerapporteerde arbeidsinzet. Verder speelt een nasleep van eerdere gebeurtenissen mee: tijdens de coronacrisis hielden bedrijven soms mensen aan ondanks minder werk, waardoor er later ruimte ontstond om efficiënter te organiseren. Hogere lonen versterkten die prikkel om personeel te reduceren of processen te automatiseren.
Discussies over kunstmatige intelligentie als vervanger van banen komen in het debat voor — banken kondigden bijvoorbeeld ontslagrondes aan waarbij AI werd genoemd — maar ING‑hoofdeconoom Bert Colijn stelt dat AI vooralsnog niet de belangrijkste oorzaak van de recente productiviteitsstijging lijkt te zijn. Wel signaleren experts dat sectoren als de maakindustrie duidelijk profiteren van nieuwe machines en efficiëntere werkwijzen.
Kortom: het cijfer is bemoedigend en toont dat veel bedrijven efficiënter werken, maar economen waarschuwen dat een deel van de toename door statistische en tijdelijke effecten verklaard wordt. Duurzame productiviteitsverbetering moet de komende jaren blijken voordat beleidsmakers en marktpartijen echt kunnen concluderen dat de productiviteitsagenda op koers ligt.