Niet elke start-up verdient overheidssteun

donderdag, 28 mei 2026 (00:12) - ESB.nl

In dit artikel:

Het rapport van Wennink (2025) waarschuwt dat Nederland meer moet investeren in het toekomstige verdienvermogen om grote opgaven — zoals de klimaattransitie, vergrijzing en geopolitieke afhankelijkheid — het hoofd te bieden. Kernpunt is dat start-ups als innovatiebronnen cruciaal zijn, maar dat hun doorgroei in Nederland stagneert.

Feiten en trends
- Ondanks relatief hoge uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling (OESO, 2024) leidt dat niet tot evenveel succesvolle schalen van bedrijven: in de afgelopen tien jaar zijn er volgens Killian McCarthy slechts tien Nederlandse unicorns ontstaan.
- Nederlandse start-ups worden steeds vaker overgenomen door Amerikaanse partijen, waardoor zowel banen als strategische knowhow buiten Nederland of Europa terechtkomen (Baarsma & Upis).
- De regering zoekt oplossingen: er lopen plannen om meer durfkapitaal aan te spreken — onder meer via pensioenfondsen — en binnen twee jaar een Nationale Investeringsinstelling op te richten (Tweede Kamer 2025; Coalitieakkoord 2026).

Welke maatregelen worden voorgesteld en wat zijn de twijfels?
- Wennink en anderen pleiten voor meer publieke middelen en het mobiliseren van privaat kapitaal als ‘brandstof’ voor groeibedrijven. Historisch onderzoek (Zwart) laat zien dat publieke investeringen vaak private risico’s verzachten en innovatieve projecten mogelijk maken. Deeptech-startups maken nu ook relatief veel gebruik van steuninstrumenten (Span e.a.).
- Tegelijkertijd is het onzeker of alleen meer geld voldoende is. Ondernemers noemen financiering zelden als belangrijkste rem, en structurele problemen zoals een gefragmenteerde Europese afzetmarkt kunnen doorslaggevender zijn (Van Dijk).
- Effectiviteit hangt sterk af van gerichte inzet: niet elke starter verdient publieke steun; veel initiatieven hebben slechts geringe Rendementen. Onderzoek door Aguelmous, Jansen en Verklooijen suggereert dat de hogere financieringsproblemen van ondernemers met een buiten-Europese achtergrond vaker samenhangen met zwakkere bedrijfsresultaten dan met marktfalen.

Slimmer instrumenteren
- Ziesemer en Van Rijn formuleren vijf criteria voor doelmatige regelingen en wijzen op een paradox: goed beleid zou succesvolle investeerders stimuleren om winsten te herinvesteren, maar diezelfde investeerders blijken weinig gevoelig voor overheidsprikkels.
- Een mogelijke uitweg is het vergroten van het aantal succesvolle investeerders zelf. Halbertsma pleit daarom voor stimulering van werknemersparticipatie in groeibedrijven, zodat rendementen breder worden gedeeld en meer mensen kunnen herinvesteren in innovatie.

Conclusie
Meer kapitaal kan helpen, maar alleen wanneer het doelgericht naar die start-ups gaat die daadwerkelijk bijdragen aan maatschappelijke transities en toekomstig verdienvermogen. Beleidsmakers moeten zowel de kwantiteit als de kwaliteit van investeringen bewaken en meten of de start-up-motor daadwerkelijk harder gaat draaien en bijdraagt aan Nederlandse welvaart.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'