Onrust rond private credit: investeerders willen hun geld terug, waarom?
In dit artikel:
Financiële toezichthouders waarschuwen voor de groeiende onrust rond private credit-fondsen: beleggers proberen massaal geld terug te halen uit fondsen die leningen verstrekken aan bedrijven zonder tussenkomst van banken, maar stuiten op beperkingen. Private credit zijn doorgaans directe leningen van bijvoorbeeld vermogende particulieren, verzekeraars of pensioenfondsen aan bedrijven — vaak via gespecialiseerde fondsen — en won aan belang sinds de kredietverkrapping na 2008, omdat kleinere bedrijven moeilijker bankfinanciering met zekerheden krijgen.
De recente problemen speelden vooral in de Verenigde Staten, waar enkele grote private-creditfondsen tijdelijk stopten met uitkeringen aan terugvragende beleggers. Investeerders zijn ongerust geworden door onder andere technologische onzekerheid (de vraag of investeringen in onder meer software en kunstmatige intelligentie over jaren nog waarde hebben), hogere olieprijzen en aanhoudende inflatie. Omdat private credit bedoeld is voor langetermijnplaatsingen, leidt plotselinge vraag naar liquiditeit tot spanning.
Veel fondsen hebben daarom redemptielimieten ingesteld: doorgaans mogen beleggers ongeveer 5 procent van hun positie per kwartaal terugvragen; bij grotere uitstroom wordt het fonds op slot gezet (gating), waardoor er een wachtrij ontstaat. Beheerders geven aan dat zulke maatregelen bedoeld zijn om paniekverkopen te voorkomen en de belangen van achterblijvende beleggers te beschermen, maar ze vergroten juist de frustratie bij minder geduldige deelnemers.
Risico’s zitten vooral in het kredietprofiel van de ontvangers: private-creditleners zijn vaak kleinere, jongere bedrijven met hoger uitvalrisico, hetgeen beleggers compenseert met hogere rente. Regulators zoals het IMF en de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten waarschuwen dat vooral particuliere beleggers, die de langetermijn-illiquiditeit minder goed inschatten, mogelijk producten kopen die niet bij hun risicoprofiel passen.
Voor Nederland kan massale uitstroom betekenen dat er minder risicodragend kapitaal beschikbaar is voor kleine, winstgevende of snelgroeiende bedrijven die geen bankkrediet kunnen krijgen. Grote ondernemingen blijven doorgaans bij banken terechtkunnen, maar de financieringsproblemen van kleine en jonge bedrijven kunnen de bedrijvigheid en werkgelegenheid bedreigen.