Onze arbeidsmarkt kan gezonder en veel inclusiever

woensdag, 14 oktober 2026 (00:12) - ESB.nl

In dit artikel:

Nederland benut een groot deel van het arbeidspotentieel niet doordat mensen met chronische lichamelijke of psychische aandoeningen minder vaak werken. In 2025 hadden 11,1 miljoen Nederlanders minstens één chronische aandoening; volgens het RIVM kan dat aantal oplopen tot circa 12 miljoen in 2050. Van de mensen met een chronische beperking of langdurige psychische aandoening heeft 60 procent betaald werk, tegenover 82 procent van mensen zonder zo’n diagnose. Ruim 800.000 niet-werkenden noemen ziekte of arbeidsongeschiktheid als reden om niet te werken.

Volgens TNO bedraagt het maximaal onbenutte potentieel ongeveer 415.000 voltijdbanen. Dat komt onder meer door extra ziekteverzuim, eerder stoppen met werken en een kortere werkweek. Ook niet-werkenden die aangeven niet of slechts beperkt belemmerd te zijn, vormen een belangrijk deel van dit potentieel. Niet iedereen kan werken, maar een deel van het verlies is volgens de auteurs waarschijnlijk te voorkomen. De vergrijzing, toenemende zorgvraag en aanhoudende personeelstekorten maken dit extra urgent. Werk biedt bovendien niet alleen inkomen, maar ook structuur, sociale contacten en gezondheidsvoordelen.

Nederland kan volgens het artikel leren van Finland, Noorwegen, Estland en Zweden, waar een groter aandeel mensen met langdurige gezondheidsproblemen aan het werk is. Nodig zijn onder meer meer preventie en betere bijsturing van gezondheidsbeleid. Ondanks ambities rond bijvoorbeeld overgewicht blijven de resultaten achter, terwijl aanvullende maatregelen onvoldoende worden ingezet.

Ook het stelsel rond ziekte en re-integratie vraagt aanpassing. De Nederlandse verplichting voor werkgevers om maximaal twee jaar loon door te betalen legt uitzonderlijk grote financiële risico’s bij individuele werkgevers. Kortere werkgeversverantwoordelijkheid, met daarna meer collectieve inkomensbescherming, kan die risico’s beperken, al moet worden voorkomen dat werkgevers mensen met gezondheidsproblemen minder snel aannemen. Re-integratie komt bovendien vaak laat op gang, vooral voor flexwerkers en zieke werklozen die geen werkgever meer hebben. Eerdere begeleiding, betere werkplekaanpassingen en financiële prikkels die eerder in het ziekteproces effect hebben, kunnen werkhervatting bevorderen.

Ten slotte moeten zorg en werk sterker worden verbonden. Huisartsen en medisch specialisten richten zich nu vooral op de medische behandeling, terwijl werkgerelateerde factoren vaak pas bij langdurig verzuim worden besproken. Door zorgverleners vanaf het begin te laten vragen naar functioneren, werk, leefstijl, schulden en andere herstelbelemmeringen, kunnen problemen eerder worden aangepakt. Samenwerking tussen zorgverleners, bedrijfsartsen, arbeidsdeskundigen en werkgevers kan werkbehoud en herstel ondersteunen. Een gezondere bevolking en een inclusievere arbeidsmarkt versterken elkaar daardoor wederzijds.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Dave Maasland over datingserie Love Is Blind: ‘Eén grote poppenkast!’