PFAS laten zien dat milieu- en gezondheids­risico's samenhangen

dinsdag, 5 mei 2026 (00:26) - ESB.nl

In dit artikel:

Het los van elkaar beoordelen van milieuschade en gezondheidsgevolgen leidt ertoe dat de economische impact van vervuiling vaak te laag wordt ingeschat. Milieu‑ en gezondheidseconomen gebruiken verschillende invalshoeken: milieueconomen kwantificeren effecten op lucht, water en ecosystemen en de baten van sanering; gezondheidseconomen richten zich op ziektekosten, zorggebruik en levenskwaliteit. Omdat beide disciplines meestal met andere methoden, datasets en tijdshorizonten werken, valt de overlap — hoe milieuverontreiniging uiteindelijk tot ziekten en maatschappelijke kosten leidt — gemakkelijk buiten beeld.

Een kernprobleem is de koppeling tussen blootstelling en ziekte. Dosis‑responsrelaties, die blootstellingsniveaus aan gezondheidsrisico’s linken, worden wel steeds beter maar blijven onzeker. Veel milieustoffen werken langzaam, hopen zich op en treden vaak in mengsels op, waardoor eenduidige verbanden lastig vast te stellen zijn. Voor beleidsmakers is dat problematisch: zonder betrouwbare blootstellings‑ziekterelaties wordt het moeilijk om baten van preventieve maatregelen en de totale maatschappelijke kosten goed te schatten.

PFAS — de zogenaamde forever chemicals — illustreren deze uitdagingen maar tonen ook hoe integratie van bewijs kan werken. Deze stoffen blijven decennia aanwezig in bodem, grond‑ en oppervlaktewater, in voedselketens en in het menselijk lichaam. In Nederland zijn PFAS wijdverbreid; concentraties in grond en bronnen voor drinkwater overschrijden vaak advieswaarden en beperken het hergebruik van grond. Voor sommige bevolkingsgroepen lopen blootstellingen via voedsel en drinkwater op tot boven gezondheidskundige richtlijnen.

PFAS vormen slechts een deel van een veel groter probleem: duizenden verschillende chemische stoffen circuleren in consumentengoederen en het milieu en kunnen hormonale systemen en stofwisseling verstoren. Omdat PFAS vaak in lage concentraties via meerdere routes en langdurig werken, zijn traditionele dosis‑responsanalyses ontoereikend voor veel typen PFAS en verwante stoffen. Daardoor blijft onzeker welke chronische ziekten en in welke mate aan deze blootstelling toe te schrijven zijn, hoewel een groeiend aantal studies langdurige PFAS‑blootstelling koppelt aan kanker, stofwisselingsziekten (zoals diabetes en obesitas), reproductieve problemen en leverschade.

Een belangrijk hulpmiddel om milieu‑blootstelling en gezondheidseffecten beter te verbinden is het Adverse Outcome Pathway‑(AOP)‑kader. AOP’s beschrijven de reeks biologische stappen vanaf chemische blootstelling naar uiteindelijk schadelijke effecten en kunnen zo biologische plausibiliteit bieden zelfs als epidemiologisch bewijs beperkt is. Dit maakt het mogelijk om eerder in het beleidsproces aandacht te besteden aan potentiële gezondheidskosten en om aanwijzingen te koppelen aan economische waardering. Tegelijkertijd zijn er nog maar relatief weinig volledig uitgewerkte AOP’s, wat aangeeft dat veel werk resteert om blootstelling, biologische mechanismen en gezondheidseffecten integraal te begrijpen.

Op beleidsniveau verschuift het denken richting geïntegreerde beoordelingen. Europese kaders zoals REACH vereisen al gecombineerde milieu‑ en volksgezondheidsrisicoanalyses; recent heeft het European Chemicals Agency een voorstel gedaan om circa 10.000 PFAS-typen te beperken, een voorbeeld van een meer holistische preventieve aanpak. In Nederland ontwikkelde het RIVM een protocol om milieugegevens te combineren met (eco)toxicologische en epidemiologische informatie ter onderbouwing van gezondheidsrichtwaarden voor PFAS. Daarnaast worden onderzoekers uit verschillende disciplines — toxicologie, epidemiologie, milieu‑wetenschappen en economie — steeds vaker gezamenlijk bij beleidsvragen betrokken, mede via EU‑gefinancierde innovatie‑ en opleidingsprogramma’s.

Betrekken van economen bij deze interdisciplinair aanpak is noodzakelijk om maatschappelijke kosten volledig in beeld te brengen: naast directe zorgkosten gaat het om productiviteitsverlies, uitgaven die huishoudens zelf maken, kwaliteit van leven en onvergoede ecosysteemdiensten en biodiversiteitsschade. Alleen zo kunnen kosten en baten van restricties of toelating van chemicaliën binnen één coherent kader worden gewogen.

Kortom: wanneer milieuschade en gezondheidseffecten apart worden beoordeeld, blijft een deel van de maatschappelijke impact onzichtbaar en zullen beleidskeuzes mogelijk te weinig preventief zijn. De ontwikkelingen rond PFAS laten zien dat het samenbrengen van milieu‑, toxicologisch, epidemiologisch en economisch bewijs de basis kan vormen voor realistischere economische schattingen en effectievere regulering. Belangrijke vervolgstappen zijn het uitbreiden van AOP’s, betere monitoring van mengblootstellingen en langdurige effecten, en structurele integratie van economen in risicobeoordeling en besluitvorming, zodat preventie en schaderegeling beter gestoeld zijn op de totale maatschappelijke kosten.