Prijsmechanisme voorkomt energietekorten
In dit artikel:
Sinds 28 februari is de Straat van Hormuz grotendeels onbegaanbaar, wat wereldwijde zorgen over tekorten aan olie en vooral kerosine voedt. Het Internationaal Energieagentschap waarschuwde in april dat Europa mogelijk nog maar zo’n zes weken aan vliegtuigbrandstof heeft, en de korte‑termijnaanbodschok op de oliemarkt wordt geschat op ongeveer tien procent. Die ontwikkeling heeft geleid tot alarmerende berichtgeving en ingrepen door bedrijven en overheden.
Economisch gezien betekent een krappere aanvoer niet per se een absoluut fysiek tekort: in een werkende markt worden vraag en aanbod via prijsaanpassingen in evenwicht gebracht. Omdat olie op korte termijn moeilijk extra geproduceerd kan worden, zal de noodzakelijke correctie vooral via de vraagkant plaatsvinden. Hogere prijzen leiden tot minder consumptie en treden als allocatiemechanisme op: partijen met hogere betalingsbereidheid krijgen relatief meer toegang tot de resterende olie. Dit verklaart ook praktische maatregelen zoals het schrappen van vluchten door KLM — niet omdat kerosine volledig ontbreekt, maar omdat hogere brandstofprijzen sommige vluchten onrendabel maken en zo het totale verbruik temperen.
Die marktwerking is efficiënt maar kan onrechtvaardige uitkomsten geven. Toewijzing op basis van betaalkracht betekent dat rijkere landen en ondernemingen armere landen uit de markt kunnen prijzen, zelfs als de onderliggende behoefte daar groter is. Landen met minder financiële ruimte ervaren daardoor disproportioneel zware gevolgen; de Filipijnen riepen bijvoorbeeld noodtoestand uit vanwege stijgende importkosten en binnenlandse effecten. Als sommige landen reageren met exportbeperkingen, kan dat het functioneren van de wereldmarkt ondermijnen en wél tot echte tekorten leiden.
De beleidsconclusie is tweevoudig: behoud van goed functionerende markten is essentieel om aggregaattekorten te vermijden, maar marktuitkomsten kunnen ongerechtvaardigd verdelend zijn. Overheden moeten daarom terughoudend zijn met maatregelen die de markt verstoren, maar tegelijkertijd kunnen ze aanvullende, gecoördineerde instrumenten inzetten om maatschappelijke ongewenste effecten te verzachten — bijvoorbeeld gerichte vraagbeperking in welvarender landen, steun aan kwetsbare importeurs of andere niet‑prijsgebonden maatregelen om de druk op minderbedeelde landen te verlichten.
Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'