Raakt Europa achterop bij Amerika, of praten Europeanen zichzelf de put in?

dinsdag, 4 augustus 2026 (18:44) - De Volkskrant

In dit artikel:

De Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman verwerpt het beeld dat Europa economisch in verval is. Volgens hem zijn de sombere verhalen over het continent overdreven en worden Europeanen onnodig beïnvloed door de kritiek van de regering-Trump. Zijn Franse vakgenoot Philippe Aghion is het daar nadrukkelijk niet mee eens. Hij stelt dat Europa op het gebied van productiviteit en technologie steeds verder achteropraakt bij de Verenigde Staten.

De discussie draait vooral om de manier waarop economische prestaties worden gemeten. Volgens cijfers van de OESO groeide de Amerikaanse economie sinds 2000 gemiddeld met 2,2 procent per jaar, tegenover 1,5 procent in Europa. Ook de productiviteit nam in de VS sneller toe: gemiddeld 1,6 procent per jaar, tegen 1 procent in Europa. Krugman erkent die cijfers, maar betwist dat ze automatisch aantonen dat Europeanen hun levensstandaard verliezen.

Als voorbeeld wijst hij op Nederland. Wanneer productiviteit wordt berekend met het reële bruto binnenlands product, waarbij voor binnenlandse inflatie wordt gecorrigeerd, lijkt Nederland sinds 2000 terrein te hebben verloren ten opzichte van de VS. Een alternatieve methode, die rekening houdt met koopkracht en internationale prijsverschillen, geeft volgens Krugman een veel gunstiger beeld. Daaruit zou blijken dat Nederland ongeveer op hetzelfde niveau is gebleven en zelfs iets productiever kan zijn dan de Verenigde Staten.

Krugman denkt dat een deel van het verschil wordt veroorzaakt door de manier waarop statistici technologische vooruitgang verwerken. Amerikaanse statistieken zouden kwaliteitsverbeteringen van producten, zoals smartphones, sterker meetellen dan Europese statistieken. Daardoor stijgt het Amerikaanse reële bbp sneller, terwijl consumenten in Europa voor krachtigere apparaten niet noodzakelijk veel meer betalen. Europese huishoudens profiteren dan wel van Amerikaanse innovatie, zonder dat die winst volledig in Europese productiviteitscijfers terechtkomt.

Aghion en zijn medestanders vinden die verklaring onvoldoende. Zij menen dat Europa niet alleen met een statistisch probleem kampt, maar met een reële achterstand in innovatie en productiviteit. Volgens Aghion vormt productiviteitsgroei de basis voor hogere lonen, een sterke verzorgingsstaat, investeringen in defensie en de energietransitie. Europa moet daarom volgens hem sneller vernieuwen en voorkomen dat het achterblijft bij ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie.

De twee economen verschillen ook ideologisch. Aghion benadrukt het belang van voortdurende innovatie en economische vernieuwing, terwijl Krugman meer oog heeft voor de sociale schade van faillissementen, regionale achteruitgang en ongelijkheid die met zulke veranderingen gepaard kan gaan. Waar Aghion grote kansen ziet in AI, waarschuwt Krugman ook voor de negatieve gevolgen ervan.

De economische situatie verschilt bovendien sterk per Europees land. Polen behoort inmiddels tot de twintig grootste economieën ter wereld. De productiviteit groeide daar sinds 2000 gemiddeld met 3,2 procent per jaar en de materiële levensstandaard steeg van 48 naar 81 procent van het EU-gemiddelde. Oost-Europa boekt daarmee duidelijke vooruitgang. Ook Scandinavië, de Benelux en Zwitserland kunnen qua productiviteitsniveau nog redelijk meekomen. Vooral Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk blijven achter.

Europa heeft daarnaast sterke punten die niet volledig in het bbp zichtbaar worden. Europeanen leven gemiddeld langer, hebben meer vrije tijd, minder inkomensongelijkheid, een uitgebreider sociaal vangnet en een kleinere ecologische voetafdruk. Amerikanen beschikken daarentegen over grotere huizen, meer materiële consumptie en hogere gemiddelde inkomens. Van de twintig waardevolste bedrijven ter wereld zijn er vijftien Amerikaans; ASML is een van de weinige Europese uitzonderingen. Volgens eerdere berekeningen van Mario Draghi zijn de besteedbare inkomens per Amerikaan sinds 2000 bijna twee keer zo snel gestegen als die van Europeanen.

Het oordeel over Europa hangt daardoor mede af van de gekozen maatstaf. Krugman vindt dat het continent zijn sociale verworvenheden niet moet onderschatten en zich niet moet laten ontmoedigen door Amerikaanse spot. Aghion waarschuwt juist dat Europa alleen welvarend kan blijven als het ingrijpend investeert in technologie, energie en productiviteit. Hun meningsverschil weerspiegelt daarmee een bredere politieke tegenstelling over de vraag of Europa vooral moet behouden wat het heeft, of zijn economie fundamenteel moet vernieuwen.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Raymond Mens adviseert Marco Borsato over terugkeer: 'Als ik zijn communicatieadviseur was...'