Richt de brievenpostmarkt in volgens een regionaal concessiemodel

dinsdag, 12 mei 2026 (17:26) - ESB.nl

In dit artikel:

PostNL stelt dat brievenpost structureel onrendabel is en eist staatssteun; de auteurs bepleiten juist een volledige herinrichting van de postmarkt om concurrentie terug te brengen en publieke dienstverlening te waarborgen.

Wat speelt er en waarom nu? De vraag naar papieren post daalt al jaren – particulieren, bedrijven en overheden gebruiken steeds vaker digitale kanalen – maar brieven blijven voorlopig een publiek goed: persoonlijke kaarten, gedrukte tijdschriften en wettelijke post van bijvoorbeeld de Belastingdienst en gemeenten. De nationale brievenmarkt is sinds de overname van Sandd (2019) vrijwel uitsluitend in handen van beursgenoteerd PostNL. Door deze concentratie is toetreding van een tweede landelijk netwerk onwaarschijnlijk; regionale bezorgers en pakketdiensten bieden slechts beperkte concurrentie en zijn voor restposten afhankelijk van het PostNL-netwerk. Tegelijkertijd signaleren verzenders en toezichthouders verslechterende dienstverlening en forse tariefstijgingen, met rapportages dat zakelijke tarieven met 150–300% omhoog gingen.

Beleidsontwikkelingen en risico’s De wetswijziging in de Postwet versoepelt voorgeschreven kwaliteitsnormen: bezorgtijden worden stapsgewijs opgerekt (48 uur, later 72 uur) en het vereiste betrouwbaarheidspercentage wordt verlaagd (van 95% naar 90–92%). Ook staat vrijgave van de postzegelprijs en vervanging van prijsregulering door een rendementsplafond op het programma. Verder kan de verplichting voor PostNL om regionale aanbieders toegang tot zijn netwerk te geven onder gereguleerde afgiftarieven verdwijnen. Dergelijke maatregelen verminderen operationele lasten, vergroten synergie tussen brieven- en pakketactiviteiten en geven PostNL extra ruimte voor prijsdifferentiatie — hetgeen de marktmacht kan versterken en concurrentie verder uit te smeren.

Het probleem met een onveranderde monopolie-aanpak is tweeledig: (1) een private monopolist heeft prikkel om publieke dienstverlening te minimaliseren en kosten/inkomsten te schuiven tussen bedrijfsdelen; (2) zonder transparante regulering of concurrentiedruk ontstaan inefficiënties, hogere prijzen voor klanten (inclusief overheid) en terugkerende betoogde subsidieclaims. Juridisch-politiek zijn er al conflicten: eerdere besluiten rond de overname van Sandd werden door rechterlijke instanties deels teruggedraaid, en de ACM onderzoekt nu hoe concurrentie herstelbaar is.

Voorstel: regionaal, publiek beheerd concessiemodel Als alternatief pleiten de auteurs voor drie stappen om concurrentie óm en óp de markt te herstellen:

1) Afsplitsing en nationalisatie van brieveninfrastructuur
- Het brievenbedrijf van PostNL (sorteercentra, brievenbussen, personeel, lopende contracten en UPD-verplichting) wordt afgesplitst en in staatseigendom gebracht. Mogelijke routes zijn directe overname van het brievenbedrijf of in de uiterste optie alle aandelen van PostNL kopen, waarna het pakketbedrijf apart naar de beurs gaat. Een ruwe waarde-inschatting noemde circa €1,3 mrd op basis van huidige koersen (inclusief bijna €600 mln schuld).

2) Opsplitsing in regionale infrastructuur
- De landelijke infrastructuur wordt organisatorisch gescheiden in regio’s (bijvoorbeeld vijf regio’s rond bestaande sorteercentra: Zwolle, Den Bosch, Den Haag, Amsterdam, Nieuwegein). De staat blijft eigenaar van de fysieke infrastructuur en verhuurt die aan exploitanten; het beheerbedrijf ziet toe op onderhoud, capaciteitsgebruik en kwaliteit — analoog aan ProRail/treinexploitanten.

3) Periodieke openbare concessieveilingen
- Regionale concessies (UPD plus zakelijke brievenpost) worden om de paar jaar openbaar aanbesteed. Bieders kunnen regionale spelers, samenwerkingsverbanden, buitenlandse postbedrijven of PostNL zelf zijn. Winnaars krijgen tijdelijke regionale monopolie-exploitatie, met bindende eisen rond bezorgkwaliteit, arbeidsvoorwaarden en afgiftetarieven tussen regio’s. Om hernieuwde concentratie te voorkomen kan een bieder maximaal een beperkt aantal concessies krijgen (bijv. twee). In geval van geen geschikte bieders neemt de overheid tijdelijk over.

Afgiftetarieven en prikkels De auteurs adviseren afgiftetarieven tussen regio’s op basis van incrementele kosten, maar opgesteld via benchmarking: tarieven worden afgeleid van het gemiddelde van andere regio’s in plaats van van de eigen opgevoerde kosten. Dat voorkomt perverse prikkels om eigen kosten kunstmatig hoog of laag te rapporteren en stimuleert efficiency omdat besparingen direct winstgevendheid vergroten. Correcties voor regionale kostenverschillen en strenge controle op kostendeclaraties zijn nodig.

Voordelen van het model
- Het creëert zowel concurrentie óm (veilingrondes) als óp de markt (grote verzenders zoals de Belastingdienst kunnen kiezen waar zij hun volumes plaatsen), waardoor prijsdruk en kwaliteitsprikkels terugkeren.
- Veilingen maken per-regio kosten en behoefte aan subsidies transparant: winstgevende regio’s leveren opbrengsten, dunbevolkte regio’s kunnen gerichter subsidievragen krijgen.
- Het model past binnen Europese ontwikkelingen: de EU herziet postregels richting meer concurrentie in de interne markt.
- Praktijkvoorbeelden (spoor- en energienetten, concessieveilingen voor andere diensten) tonen dat dit uitvoerbaar is.

Risico’s en kanttekeningen
- Veilingen kennen bekende valkuilen: incumbent bias, collusie en overbiedingen. Er bestaan wel beproefde tegenmaatregelen (handicaps, strikte marktdetectie en sancties, ontwerp op basis van veilingtheorie).
- De transitie is complex; uitvoering vereist nauwkeurige ontwerpregels en toezichthoudende capaciteit.
- Een alternatief traject — opname van brieven in een “brede bezorgmarkt” met pakketspelers — wordt beschouwd als risicovol: brieven kunnen dan duurder en onregelmatiger worden bezorgd en regionale spelers kunnen wegvallen.

Conclusie De huidige koers, die PostNL meer marktmacht zou geven en kwaliteitsnormen versoepelt, dreigt de brievenmarkt verder te verstarren en de publieke dienst te ondergraven. De auteurs stellen dat een publieke herverdeling van de brieveninfrastructuur en een concessiemodel voor regionale exploitatie concurrentie en efficiëntie kunnen herstellen, zorgen voor transparantie in kosten en subsidies, en beter waarborgen biedt voor de maatschappelijke UPD. De voorgestelde herziening vraagt dat de Postwetswijziging terug naar de tekentafel gaat, en dat de Staat de kans grijpt om infrastructuur over te nemen wanneer PostNL de UPD-verplichting teruggeeft.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Jan Paul van Hecke: 'Wereldkampioen worden, dan kan het helemaal niet meer stuk!'