Saoedi's: flink hogere prijs voor olie waar diesel en kerosine van gemaakt wordt
In dit artikel:
De verhoging van de Saoedische premies op Arab Light betekent niet dat de dreigende tekorten verdwijnen; de hogere prijs weerspiegelt vooral de grote vraag naar diesel en kerosine in Azië, aldus Lucia van Geuns van HCSS. Arab Light is geen lichte olie maar middelzware ruwe olie waar veel Aziatische raffinaderijen op zijn ingesteld om diesel en kerosine mee te maken, waardoor die olie nu extra waard is.
Normaal stroomt veel van de olie uit de Perzische Golf via de Straat van Hormuz, maar door de oorlog in het Midden-Oosten en de praktische afsluiting van die zeestraat is Saoedi-Arabië aangewezen op een binnenlandse pijpleiding die de velden aan de Golf naar Yanbu aan de Rode Zee transporteert. Die pijpleiding kan dagelijks 5–7 miljoen vaten verplaatsen; daarmee kan Saoedi-Arabië ongeveer de helft exporteren van wat het vóór de aanvallen (sinds 28 februari) via Hormuz uitvoerde. Ter vergelijking: een enkel schip door Hormuz vervoert doorgaans 750.000–1.000.000 vaten, veel minder dan de pijpleidingcapaciteit.
Hoewel er sinds het begin van de Amerikaanse aanvallen op Iran recent weer wat scheepvaart door Hormuz plaatsvindt (ongeveer 21 schepen afgelopen weekend), blijft dat ver onder het pre-conflict gemiddelde van zo’n 135 schepen per dag. Veel van de schepen die nu doorvaren zijn geen traditionele olietankers maar bijvoorbeeld LPG-tankers uit India. Bovendien lopen schepen vanaf Yanbu routes langs Jemen, waar Houthi-aanvallen eerder voor extra risico’s zorgden.
Van Geuns waarschuwt dat marktproblemen niet snel opgelost zullen zijn, zelfs niet in het optimistische scenario dat de Straat van Hormuz in april weer opent. Veel installaties en vaartuigen zijn beschadigd of staan niet op de juiste plek, en het kan maanden duren voordat opgeladen schepen hun bestemmingen in Europa en Azië bereiken. Daardoor blijft de onbalans tussen vraag en aanbod in olie, olieproducten en LPG voorlopig aanhouden.