Tachtig procent jongeren blijft in dezelfde provincie wonen

woensdag, 12 augustus 2026 (00:26) - ESB.nl

In dit artikel:

Jongeren in Nederland verhuizen minder gemakkelijk naar regio’s met betere onderwijs- of arbeidsmarktkansen dan economisch beleid vaak veronderstelt. Hun regionale binding verschilt sterk naar opleidingsniveau en woonplaats. Dat beperkt de mogelijkheden om personeelstekorten op te lossen door simpelweg werknemers van elders aan te trekken.

Onderzoekers analyseerden CBS-microdata van mensen die tussen 1980 en 1995 zijn geboren. Zij vergeleken de gemeente waar iemand op zestienjarige leeftijd woonde met de woonplaats op latere leeftijd. Rond 28 jaar, wanneer de meeste studie- en eerste loopbaanverhuizingen achter de rug zijn, stabiliseert het blijfpercentage.

Gemiddeld woont 55 procent van de jongeren op 28-jarige leeftijd nog in de gemeente waar zij opgroeiden. De verschillen naar opleiding zijn groot: ruim 60 procent van de mbo’ers blijft in de eigen gemeente, tegenover ongeveer 30 procent van de wo’ers. De meeste verhuizingen vinden plaats tussen 18 en 22 jaar. Ook wie vertrekt, blijft meestal in de buurt: gemiddeld woont 80 procent op 28-jarige leeftijd nog in dezelfde provincie.

Steden weten jongeren relatief goed vast te houden. Urk heeft met 80 procent het hoogste gemeentelijke blijfpercentage, gevolgd door onder meer Amsterdam (74 procent) en Rotterdam (71 procent). Bloemendaal heeft met 14 procent het laagste. Jongeren uit Drenthe, Flevoland en Zeeland vertrekken relatief vaak uit hun provincie. Vooral hogeropgeleiden uit niet-stedelijke gemeenten en plaatsen zonder hogeschool of universiteit trekken naar grotere steden, waar veel banen voor hbo- en wo-opgeleiden zijn.

Het aandeel jongeren dat in de eigen gemeente blijft, is bovendien licht gedaald. Bij mensen die in 2024 28 werden, ligt het onder de helft, tegenover meer dan 50 procent bij eerdere cohorten. Mogelijke oorzaken zijn veranderingen op de arbeidsmarkt, hogere deelname aan onderwijs in universiteitssteden, veranderende woonvoorkeuren en de krappe woningmarkt.

De onderzoekers concluderen dat regionale beleidsplannen, zoals Brainport Eindhoven, Wageningen Foodvalley en projecten voor de energietransitie, niet zonder meer kunnen rekenen op instroom van personeel uit andere delen van Nederland. Dat geldt vooral voor praktisch opgeleiden in sectoren als techniek, zorg, onderwijs en bouw, die vaak sterk aan hun regio gebonden zijn. Stedelijke gebieden kunnen deels putten uit lokaal en nabij opgeleid talent, terwijl perifere regio’s risico lopen op braindrain onder hogeropgeleiden. Regionaal beleid zou daarom meer moeten investeren in lokaal onderwijs, opleiding en werkgelegenheid, in plaats van vooral te proberen werknemers naar nieuwe economische kerngebieden te lokken.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Chris Woerts onthult vijf punten uit plan voor VVD: 'Het kwartje van Kok draaien we terug!'