Tanken langs de snelweg was bijna nooit zo onvoordelig als nu
In dit artikel:
Door de recente spanningen tussen Iran, de VS en Israël zijn brandstofprijzen de afgelopen dagen opgelopen — en dat vergroot het verschil tussen tankstations langs de snelweg en die daarbuiten. Vergelijkingssite Independer rekende uit dat je nu bijna 14 procent meer betaalt langs de snelweg; in absolute termen is dat ruim 27 eurocent extra per liter Euro95. Ter vergelijking: in 2006 was het verschil nog slechts circa 7 cent (ongeveer 5,5%).
Independer-energiedeskundige Pim Holsvoogd wijst op hogere personeelskosten bij bemande stations als belangrijke oorzaak: zij hebben personeel en lopen dus meer kosten. Ook speelt volgens Shell en onafhankelijke waarnemers mee dat er langs snelwegen minder concurrentie is. Bovendien tanken daar relatief vaak bestuurders met leaseauto’s die met een tankpas minder kostenbewust zijn.
Niet alleen snelwegtanks drukken op de portemonnee: binnen gemeenten bestaan grote prijsverschillen tussen het goedkoopste en duurste station. Venray spant de kroon met een verschil van 48 cent per liter — bij een tank van 50 liter scheelt dat €24. Reken je 45 tankbeurten per jaar (wekelijkse tankbeurt minus vakantieweken), dan kan dat oplopen tot ruim €1.000 verschil per jaar. Ook in Westerveld, Delft en Oldambt zijn de discrepanties substantieel. De aanwezigheid van snelwegtankstations in een gemeente — bijvoorbeeld langs de A73 in Venray en de A32 in Westerveld — draagt bij aan die variatie.
Kort: actuele geopolitieke onrust duwt de brandstofprijzen omhoog en vergroot bestaande prijsverschillen, vooral tussen bemande snelwegtanks en concurrenten dichter bij woonkernen. Voor consumenten loont prijsvergelijking; op gemeentelijk niveau valt veel te besparen door slim te kiezen waar je tankt.