Tarieven van warmtenetten kunnen sterk uiteen gaan lopen
In dit artikel:
Collectieve warmtenetten leveren inmiddels warmte aan ruim 700.000 Nederlandse huishoudens en zijn belangrijk voor het aardgasvrij maken van woningen. De betaalbaarheid is nu geregeld via het Niet Meer Dan Anders-principe (NMDA): het maximumtarief is gekoppeld aan de kosten van gas en een cv-ketel. Omdat warmteleveranciers hun eigen kosten niet rechtstreeks doorberekenen, is deze systematiek volgens het kabinet weinig transparant. Bovendien kunnen vooral huishoudens met een laag verbruik relatief duur uit zijn.
De onlangs aangenomen Wet collectieve warmte vervangt NMDA door kostengebaseerde tarieven. Huishoudens zouden daarmee betalen voor de werkelijke kosten van transport en levering op hun eigen warmtenet. Tegelijk krijgen investeerders meer zekerheid over een redelijk rendement. Omdat warmtenetten sterk verschillen in warmtebron, omvang en klantdichtheid, kunnen de tarieven per net echter fors uiteenlopen.
Een berekening op basis van verbruik en kosten in 2024 laat zien dat het integrale tarief tussen het goedkoopste en duurste warmtenet ongeveer een factor vijf verschilt. Zonder aanvullend beleid zou ongeveer de helft van de afnemers minder betalen dan nu, terwijl de andere helft duurder uit is. De tien procent met de grootste stijging zou gemiddeld 71 procent, oftewel ruim 740 euro per jaar, extra betalen. Bij de duizend grootste stijgers loopt de gemiddelde toename op tot circa 225 procent, ofwel meer dan 1.500 euro per jaar.
De verschillen worden versterkt door het vastrecht. Dat kan bij gemiddeld verbruik ongeveer 200 tot bijna 2.000 euro per jaar bedragen en tussen de 20 en 80 procent van de rekening uitmaken. Huishoudens met een laag verbruik kunnen daardoor toch een hoge rekening hebben. Een hoog vastrecht in combinatie met een laag variabel tarief vermindert bovendien de prikkel om energie te besparen.
De onderzoekers beoordelen vier mogelijkheden om extreme verschillen te beperken. Een tarieflimiet van 125 procent van het gewogen sectorgemiddelde beschermt vooral de duurste netten. De rekening daalt voor circa tien procent van de afnemers gemiddeld met 333 euro per jaar, terwijl andere huishoudens ongeveer 36 euro bijdragen via een opslag op het vastrecht. Een limiet van 150 procent, waarover in de politiek eerder is gesproken, helpt slechts ongeveer vijf procent van de huishoudens.
Een prijsgarantie van 60 euro per gigajoule bovenop de limiet verkleint de tariefspreiding sterker en verlaagt de gemiddelde jaarlijkse rekening met ongeveer zes procent. Deze maatregel is niet altijd budgetneutraal: als de gegarandeerde prijs onvoldoende is om de kosten te dekken, is subsidie nodig. Een kwart van de afnemers zou ondanks deze combinatie nog meer betalen dan nu.
De derde optie is financiering tegen non-profittarieven. Door de gewogen gemiddelde kapitaalkosten te verlagen van 6,8 naar 3,4 procent, dalen de tarieven voor alle afnemers, vooral op netten met hoge financieringskosten. Een dergelijke publieke of coöperatieve aanpak bestaat deels in Denemarken en wordt door deskundigen als mogelijke beleidsrichting genoemd.
De grootste verbetering ontstaat volgens de simulatie bij een combinatie van non-profitfinanciering, de prijsgarantie van 60 euro per gigajoule en een tarieflimiet van 125 procent. Dan krijgt nog 23 procent van de afnemers een hogere rekening en daalt de gemiddelde warmterekening met negen procent.
De definitieve tariefmethode en de effecten ervan staan nog niet vast; bovendien is de berekening gebaseerd op slechts één jaar aan gegevens. Wel verwachten de onderzoekers dat grote verschillen structureel kunnen worden. Dat is vooral problematisch voor kwetsbare huishoudens die niet kunnen overstappen, bijvoorbeeld omdat verhuurders, woningcorporaties of VvE’s alternatieven zoals een warmtepomp niet toestaan. De minister van Economische Zaken en Klimaat onderzoekt daarom aanvullend beleid. De uiteindelijke keuze bepaalt of vooral klanten van dure netten, andere warmteafnemers, belastingbetalers of aandeelhouders de rekening van betaalbaarheidsmaatregelen dragen.
De Oranjezomer: Rutger Castricum doet er na ophef over grappen over 75-plussers nóg een schepje bovenop