Verdubbeling Rijksuitgaven aan onderwijs bleef zonder resultaat
In dit artikel:
Sinds 1995 zijn de reële onderwijsuitgaven per leerling in het primair en secundair onderwijs ongeveer verdubbeld, terwijl het aantal leerlingen vrijwel gelijk bleef. In 2024 was daardoor 19,2 miljard euro meer beschikbaar dan in 1995; 17,2 miljard daarvan hangt volgens de auteur samen met beleidskeuzes binnen de sector. Toch zijn de onderwijsresultaten verslechterd: Nederlandse PISA-scores voor lezen, wiskunde en natuurwetenschappen lagen in 2022 gemiddeld 0,45 standaarddeviatie lager dan in 2003. Dat is opvallend omdat het opleidingsniveau van ouders, dat doorgaans positief samenhangt met prestaties, juist is gestegen.
De auteur betwist daarom de aanname van de Studiegroep Begrotingsruimte dat vooral extra geld nodig is. Een groot deel van de uitgaven zou zijn opgegaan aan maatregelen die prestaties niet aantoonbaar verbeteren. Zo zijn de kosten van onderwijshuisvesting bijna verdubbeld. Door de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten en scholen is onderhoud duurder geworden, terwijl investeringen in nieuwbouw en renovatie tussen 2017 en 2024 juist met 18,6 procent daalden. Daardoor wordt vooral achteruitgang van gebouwen voorkomen, in plaats van een kwaliteitsverbetering gerealiseerd.
Ook is er, gecorrigeerd voor de kortere werkweek en het aantal leerlingen, 10,9 procent meer lesgevend personeel dan in 1995. Leraren geven echter minder uren les: in het primair onderwijs daalde dat aantal tussen 2000 en 2016 van 21,7 naar 19,9 uur per week en in het voortgezet onderwijs van 21,1 naar 17,4 uur. De maatregel was bedoeld om tijd vrij te maken voor voorbereiding en professionalisering, maar het effect op prestaties is niet aangetoond. De kortere lestijd vergroot bovendien het lerarentekort.
Het aantal niet-lesgevende medewerkers nam volgens de auteur met 228 procent toe. De groei wordt verbonden aan schaalvergroting, meer macht bij scholenkoepels, uitgebreidere inspectiecriteria en talrijke wetswijzigingen. Hierdoor verschoof het toezicht van onderwijsresultaten naar procedures en nam de administratieve last toe. Ook de inzet van klassenassistenten groeide, hoewel onderzoek volgens de auteur weinig effect op leerprestaties laat zien. Daarnaast stegen de salariskosten per fte sterk. Salarisverhogingen verbeterden de beloningspositie en tevredenheid van leraren, maar losten het lerarentekort niet op en hebben geen bewezen positief effect op resultaten.
De voorgestelde koers is daarom niet simpelweg meer geld uitgeven, maar middelen anders inzetten. De auteur pleit voor één verantwoordelijke partij voor huisvesting, meer investeringen in nieuwbouw en renovatie, herstel van een groter aandeel lesuren, minder procedurele inspectie-eisen en terughoudendheid met klassenassistenten. Als kansrijke, relatief goedkope maatregel noemt het artikel niveaugroepen voor leerlingen bij cognitieve vakken. Volgens eerder CPB-onderzoek kan dat de resultaten met ongeveer vier tiende onderwijsniveau verhogen, maar het staat op gespannen voet met de voorkeur voor brede brugklassen en inclusiever onderwijs.
Vandaag Inside: Chris Woerts overtuigd: 'Uitgesloten dat de VVD een breed coalitieakkoord gaat sluiten met PRO'