Verduurzaming bedrijven vraagt om meer aandacht voor ketenemissies
In dit artikel:
Nederlands klimaatbeleid concentreert zich vooral op de directe uitstoot binnen eigen grenzen (scope 1), terwijl het merendeel van de broeikasgassen die samenhangen met Nederlandse bedrijven juist in hun internationale productieketens ontstaat (scope 3). Scope 3 omvat alle emissies die optreden bij toelevering, productie elders, transport, gebruik door consumenten en verwerking van afval. Voor veel grote ondernemingen vormen die ketenemissies het gros van de footprint: schattingen noemen onder andere ongeveer 95% voor Shell, circa 99% voor ING en 94% voor Hema. Meer dan de helft van de emissies verbonden aan in Nederland geconsumeerde producten vindt bovendien buiten Nederland plaats (PBL, 2022).
De huidige beleidsmix nationaal en Europees werkt ketenemissiereductie onvoldoende in de hand. Nationaal ligt de klemtoon op het behalen van Klimaatwetdoelen via instrumenten die direct zichtbare binnenlandse CO2-uitstoot beprijzen of verminderen: EU ETS, energie-efficiëntienormen, fiscale prikkels en subsidies voor procesverduurzaming en maatwerkafspraken met de industrie. Die focus remt maatregelen die weinig of geen directe scope 1-reductie opleveren maar wél grote scope 3-winst kunnen boeken — bijvoorbeeld het gebruik van alternatieve grondstoffen in de chemie of circulair ontwerp dat afval en grondstoffengebruik sterk reduceert. Zulke ketenmaatregelen hebben bovendien vaak bijkomende voordelen voor biodiversiteit, leefomgeving en leveringszekerheid, en sluiten aan bij de Nationale Grondstoffenstrategie.
Op Europees niveau vergroten nieuwe regels zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD, vanaf 2024) de transparantie over scope 3-emissies, en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD, aangenomen 2024) verplicht grote bedrijven tot due diligence in hun ketens. Die instrumenten maken ketenemissies zichtbaarder, maar leggen nog geen eenduidige beloning of normering voor reductie vast; de CSRD is primair een rapportageverplichting. Bovendien wordt de CSDDD op dit moment door de Europese Commissie deels versimpeld (omnibusvoorstellen, februari 2025), wat de praktische reikwijdte en effectiviteit kan ondermijnen. Het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) internaliseert emissiekosten van ingevoerde goederen en stimuleert ketenevaluatie, maar is beperkt tot ETS-sectoren en richt zich vooral op directe productiemissies, niet op de volledige keten of op transport en grondstofwinning.
De conclusie van het artikel is dat aanvullende beleidsinstrumenten nodig zijn om scope 3-effecten meetbaar, waardeerbaar en beloningswaardig te maken, zodat bedrijven worden gestimuleerd om reductie ook buiten hun directe fabrieksgrenzen na te streven. Een beoogde route is om scope 3 expliciet te betrekken bij industrie-maatwerkafspraken: bedrijven die aantoonbare, grootschalige ketenreducties realiseren via innovatieve, circulaire of schone technologieën zouden daarover concrete afspraken met de overheid kunnen maken, op basis van wederkerigheid. Ook biedt het EU-akkoord voor een 90% netto-reductiedoel in 2040 (met de mogelijkheid om tot 5% via credits elders te realiseren) een extra prikkel voor internationale ketenmaatregelen. Ten slotte pleit het artikel voor versterking van het beleid voor de circulaire economie en de grondstoffentransitie, zonder een eenzijdige focus op scope 1, omdat circulair beleid grote kansen biedt om wereldwijde emissies terug te dringen.
Kortom: echte verduurzaming van Nederlandse bedrijven krijgt pas internationaal tractie zodra ketenemissies een volwaardig onderdeel van klimaat- en grondstoffenbeleid worden — naast, en in samenhang met, bestaande focus op nationale emissies.
De Oranjezomer: Hugo Borst maakt statement tegen Ronaldo: 'Er is een complot gaande...'