Verknoop de EU-begroting met de interne markt
In dit artikel:
De Europese Unie levert Nederland duidelijke voordelen op, vooral via de interne markt, maar meer Europese integratie is niet automatisch de beste oplossing. In een themanummer staat daarom centraal wat de Unie moet zijn en welke gezamenlijke ambities daarbij horen.
Onderzoek van Rik Rozendaal en Philippe van Gruisen laat zien dat Nederland economisch profiteert van de interne markt. Tegelijk waarschuwen andere auteurs dat het eenvoudigste integratiewerk mogelijk al is gedaan. Europese integratie mag volgens hen niet reflexmatig worden ingezet om tegenvallende groei te bestrijden, zeker niet wanneer optimistische modelberekeningen de risico’s onderschatten.
Ook de internationale rol van de euro komt aan bod. Jasper Wesseling verwacht aanzienlijke welvaartswinst als de euro wereldwijd belangrijker wordt, vooral nu de Verenigde Staten zich mogelijk meer op zichzelf richten. Daarvoor zijn volgens hem een beter functionerende interne markt, prudent begrotingsbeleid en voldoende Europese veilige beleggingen nodig. Eurobonds zouden dan niet noodzakelijk zijn. André Kolodziejak verdedigt juist de invoering ervan, terwijl Harald Benink, Brenda Kramer en Nica Vermeulen verschillende soorten eurobonds en hun mogelijke doelen uitwerken.
De onderhandelingen over de Europese meerjarenbegroting vormen een tweede hoofdthema. Hoewel Europese middelen in sommige Nederlandse provincies een groot verschil maken, richt het kabinet zich vooral op een zo laag mogelijke Nederlandse bijdrage en een zo modern mogelijke besteding. Pieter Hasekamp waarschuwt dat deze nationale insteek de begroting weinig ambitieus kan maken als alle lidstaten hetzelfde doen.
Een definitie van Europa is niet noodzakelijk. Wel is overeenstemming nodig over versterking van de interne markt en de begroting. Door beide dossiers aan elkaar te koppelen, kunnen landen meer onderhandelingsruimte creëren en gezamenlijke vooruitgang boeken.
Vandaag Inside: René geniet van jarige Dick Advocaat: ‘Blijf dat lekker tot je dood doen!’