Vermogensaanwasbe­lasting is de juiste oplossing voor box 3

dinsdag, 19 mei 2026 (16:12) - ESB.nl

In dit artikel:

Het kabinet en de Tweede Kamer werkten recent aan een ingrijpende herziening van box 3. In februari 2025 keurde een ruime Kamermeerderheid het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 goed. De kern: vermogensinkomsten worden in de hoofdregel belast met een vermogensaanwasbelasting (vab) — belasting over de waardestijging zodra die optreedt — terwijl vastgoed en aandelen in start-ups buiten de hoofdregel blijven en onder een vermogenswinstbelasting (vwb) vallen, die alleen bij verkoop heft. Het kabinet heeft aangegeven dat de wet een opstap moet zijn naar mogelijk invoering van een integrale vwb, maar de auteurs van dit stuk waarschuwen dat dat onverstandig zou zijn en pleiten voor vasthouden aan de vab als hoofdregel, met gerichte verbeteringen en flankerend beleid.

Waarom een vab beter is dan een integrale vwb
- Gedragsmatige effecten: Een vwb geeft beleggers de mogelijkheid om te kiezen wanneer winsten te realiseren, met sterke incentives tot uitstel. Dit “lock-in”-effect verlaagt effectieve belastingtarieven op vermogensbestanddelen met koerswinst en verstoort portefeuillekeuzes (meer aandelen, vastgoed of crypto ten opzichte van spaargeld/obligaties). Bij een vab is dat uitstelvoordeel afwezig omdat belasting niet afhankelijk is van het realisatiemoment, waardoor beleggingsgedrag en allocatie minder vertekend worden.
- Inequality en rechtvaardigheid: Een vwb leidt volgens de auteurs tot ongelijke fiscale behandeling van economisch gelijkwaardige belastingplichtigen. Spaarders en obligatiehouders betalen relatief meer, terwijl aandeelhouders (vooral wie lange houdperioden heeft of veel ongerealiseerde winst) minder zwaar worden belast. Ook kan een vwb de belastingdruk verlagen naarmate vermogen toeneemt, wat verticale ongelijkheid vergroot. Een vab geeft gelijkere effectieve tarieven over verschillende vermogenscategorieën.
- Uitvoerbaarheid: Voor liquide zaken (beursgenoteerde aandelen, ETF’s, obligaties, crypto) is een vab technisch haalbaar omdat financiële instellingen al jaaroverzichten met waardeveranderingen en dividend leveren. Een vwb vergt voortdurende administratieve opslag van verkrijgingswaarden en waarderingen tot verkoop, met een hoger risico op fouten en uitvoeringsgeschillen.
- Juridische houdbaarheid: Tegenover zorgen dat ongerealiseerde winsten mogelijk in strijd zijn met eigendomsgaranties (EVRM) stellen de auteurs dat de jurisprudentie van de Hoge Raad en Europese rechtsgang juist ruimte laat voor heffing over ongerealiseerde vermogensaanwas, mits proportioneel en niet discriminerend. De voorgestelde wet biedt verliesverrekening en aftrekbare kosten, waardoor het EVRM-standpunt kan worden gerespecteerd.
- Rente-op-rente-argument weerlegd: Critici noemen dat belasting vóór realisatie (vab) leidt tot minder kapitaal om te herbeleggen en dus op termijn lagere opbrengsten. Het artikel stelt dat dit effect niet eenzijdig bij de belastingplichtige blijft; de staat ervaart evenzeer rente-op-rente-derving. Zonder gedragsaanpassingen zijn de langetermijnopbrengsten bij gelijke tarieven vergelijkbaar; een vwb vereist een hoger tarief om de tussentijdse opbrengstderving te compenseren.

Uitzonderingen en praktische zorgen
De wet bevat uitzonderingen: vastgoed en start-ups blijven onder een vwb. Dat is verdedigbaar wegens illiquiditeit en waarderingsproblematiek, maar roept drie aandachtspunten op:
- Liquiditeitsrisico’s worden mogelijk overschat: reeds in het huidige stelsel betalen vastgoedbezitters belastingen over papieren rendementen zonder veel problemen; betalingsregelingen en leningen met onderpand zijn mogelijke praktische oplossingen.
- Start-updefinitie risico’s: de afbakening van “start-up” is lastig en vatbaar voor lobby, en kan arbitragemogelijkheden creëren.
- Flankerende maatregelen zijn wenselijk om uitstelvoordelen zoveel mogelijk te neutraliseren bij deze uitzonderingen.

Aanbevolen verbeteringen en aanvullend beleid
De auteurs doen concrete voorstellen om de vab te verbeteren en arbitrage tussen boxen te voorkomen:
- Volledige verliesverrekening: zowel voorwaarts als achterwaarts verrekende verliezen zouden moeten worden toegestaan. Het ontbreken van achterwaartse verliesverrekening verhoogt de effectieve belasting op risicodragende beleggingen en discrimineert.
- Inflatiecorrectie of tariefcompensatie: vanwege belasting op nominaal rendement verdient het de overweging inflatie te compenseren jaarlijks of via een aangepast tarief, al is implementatie complex.
- Beperking van uitstelvoordelen in box 2: om verschuiving van vermogen naar box 2 te ontmoedigen, pleiten de auteurs voor een vermogenswinstvoorheffing in box 2 — een jaarlijkse beperkte heffing op eigen vermogen die later bij verkoop wordt verrekend — of een soortgelijke voorheffing alleen op beleggingsvermogen. Hierdoor verdwijnt de prikkel om vermogen via een beleggings-bv naar box 2 te halen.
- Specifieke aanpak vastgoed: om welvaartsverliezen door uitstel bij vastgoed te beperken, noemen ze de mogelijkheid van een retrospectieve vwb (tariefcorrigering naar houdperiode) of toerekening van gerealiseerde winst over historische WOZ-waardes met rentevergoeding over uitstel.
- Geen terugkeer naar vermogensbelasting: een klassieke vermogensbelasting is volgens de auteurs ongunstig — sterk degressief en minder effectief in het belasten van bovennormale rendementen — en een belasting op werkelijke rendementen blijft te prefereren.

Beantwoording van juridische en internationale bezwaren
- Dubbele heffing bij emigratie: zorgen dat een vab dubbele belading veroorzaakt bij emigratie zijn volgens het artikel ongerijmd; zowel bij vab als vwb kan dubbele heffing optreden, maar veel bestemmingslanden geven een step-up. Belastingverdragen en nationale regelingen voorkomen doorgaans onredelijke dubbele heffing; waar dat niet het geval is ligt de oorzaak bij het bestemmingsland, niet bij Nederland.
- EVRM en Hoge Raad: de wet voldoet naar de auteurs aan proportionele inbreukvereisten en jurisprudentie, zeker omdat verliesverrekening en aftrekposten worden geregeld.

Slotconclusie
De auteurs adviseren het kabinet vast te houden aan de gekozen weg: een vab als hoofdregel, zoals de Tweede Kamer al steunde. Zij menen dat een integrale vwb leidt tot ongewenste gedragsverstoringen, rechtsongelijkheid en grotere welvaartsverliezen. Waar nodig moeten uitzonderingen en het wetsvoorstel worden verfijnd — met name volledige verliesverrekening, maatregelen om box-2-arbitrage te beperken en speciale instrumenten voor illiquide activa — in plaats van af te koersen op een algehele vermogenswinstbelasting.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'