Verstandig geo-economisch beleid doorsnijdt de hele economie
In dit artikel:
De wereldorde verschoof van een op samenwerking en vrijhandel gebaseerde architectuur naar een harde geo-economische competitie waarin onderlinge afhankelijkheden zelf als wapen worden ingezet. Lange tijd ondersteunde internationale instituties en globalisering economische groei; sinds kort echter maken rivaliteit tussen grootmachten — met name tussen de VS en China — economische netwerken politiciseerbaar en kwetsbaar. Dit fenomeen wordt vaak aangeduid als ‘weaponized interdependence’: toegang tot kapitaal, data, goederen en logistiek kan gebruikt worden om staten en bedrijven te dwingen of uit te sluiten.
Het artikel presenteert een analysekader met vijf dimensies waarlangs geo-economisch macht en kwetsbaarheid zich manifesteren, en waarvoor beleid ontworpen moet worden:
1) Financieel en kapitaal: De dollar en Amerikaanse financiële infrastructuur geven de VS substantiële invloed. Toegang tot dollarliquiditeit, lagere financieringskosten en controle over systemen als SWIFT maken sancties en uitsluiting mogelijk — zoals bij Rusland en Iran. Tegelijk speelt buitenlandse investeringsafhankelijkheid (bijv. Chinese leningen of Belt and Road-projecten) een politieke rol doordat crediteuren invloed uitoefenen.
2) Informatie en data: Digitale platforms, clouddiensten en afstandsbeheerbare IT creëren nieuwe controlepunten. Amerikaanse techbedrijven en netwerken domineren veel data- en communicatieroutes, wat politiek misbruik mogelijk maakt (voorbeeld: sancties die toegang tot e-mail en diensten belemmeren). Voor militaire systemen en defensie is onafhankelijkheid van externe software/upgrades cruciaal.
3) Goederen en productiecapaciteit: Dominantie in sleutelgrondstoffen of het productieproces (bijv. zeldzame aardmetalen) geeft landen hefboom. Historische boycots en recente energiestops tonen hoe leveringsstoppen economische druk kunnen uitoefenen. Specialisatie en verfijnde waardeketens vergroten dergelijke kwetsbaarheden.
4) Logistiek en infrastructuur: Maritieme en logistieke choke points (Straat van Hormuz, Suez, Panama, Straat van Malakka, mogelijk Noordelijke IJszee) en grote transportspelers (Maersk, Evergreen) bieden mogelijkheden tot blokkade of politieke druk. Invloed op havens via investeringen (Belt and Road) kan strategische toegang tot handelsstromen opleveren.
5) Kennis, innovatie en technologie: Technologische voorsprong en geïntegreerde ecosysteemkracht vormen de basis voor control points. Afhankelijkheid bij ‘stranglehold’-technologieën (zoals halfgeleiders, groene energiecomponenten, AI-infrastructuur) maakt landen kwetsbaar; tegelijkertijd kan eigen technologie onmisbaarheid creëren in wereldwijde waardeketens.
Twee typen strategieën staan centraal in geo-economisch beleid. Verdedigend beleid richt zich op strategische autonomie: het verminderen van kwetsbaarheden via diversificatie, eigen productiecapaciteit, voorraden en alternatieve leveranciers. Aanvallend beleid streeft strategische onmisbaarheid na: het creëren van posities en ecosystemen waarin eigen bedrijven onmisbaar zijn voor anderen, zodat die afhankelijkheid als geopolitieke buffer werkt. Voorbeeld: Japanse semiconductorstrategie is ontworpen om onmisbare rollen in waardeketens te veroveren en daarmee invloed te verkrijgen.
Beleidsimplicaties en aanbevelingen:
- Overzicht en analyse zijn cruciaal: landen moeten per dimensie hun troeven en zwaktes in kaart brengen en inzicht hebben in hoe die samen de geopolitieke positie bepalen.
- Systeemdenken en speltheorie zijn nodig om doeltreffende doctrines te ontwerpen: welke kaarten speel je, welke tegenzetten zijn te verwachten, welke asymmetrische reacties zijn mogelijk?
- Institutionele capaciteit: er is behoefte aan een geo-economic strategic intelligence unit die data over technologie, innovatie, economie, bedrijven en geopolitiek integreert om beleid en strategische keuzes te onderbouwen. Nederland kan hierin een voortrekkersrol spelen binnen Europa; bestaande initiatieven zoals het Nederlands Materialen Observatorium zijn goede voorbeelden.
- Praktische maatregelen omvatten: diversificatie van toeleveringsketens, opbouw van strategische voorraden, investeringen in eigen kennis- en technologiebases, bescherming van kritieke digitale infrastructuur, en Europese samenwerking om gemeenschappelijke financiële en technologische weerbaarheid te versterken.
Kortom: economische afhankelijkheden bieden zowel kansen als instrumenten voor druk; beleid moet niet kiezen tussen naïeve openheid en verlammende autarkie, maar doelgericht werken aan een balans: verminderen van kwetsbaarheden waar nodig, en actief bouwen aan onmisbaarheid waar dat strategisch voordeel oplevert. Europa en Nederland hebben daarbij de taak om sterktes te ontwikkelen in kennis, productie en infrastructuur en om hun positie binnen mondiale netwerken slimmer te managen.
De Oranjezomer: Theo Janssen vol lof over Brian Brobbey: ‘Hij is niet te stoppen dan!’