Vertrek VAE uit OPEC betekent dat Saoedi-Arabië een grotere last moet dragen
In dit artikel:
De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) hebben besloten uit OPEC te stappen, een belangrijke klap voor het oliekartel. De zeven emiraten zijn sinds 1967 lid van de in 1960 opgerichte organisatie en behoren tot de landen met grote productiecapaciteit. De directe aanleiding voor het vertrek is dat de VAE meer olie willen produceren dan OPEC volgens afspraken toestaat.
Op korte termijn zal het vertrek weinig effect hebben op de prijzen, onder meer omdat de Straat van Hormuz momenteel door Iran geblokkeerd is en veel scheepvaart, inclusief olieexport, daardoor stilligt. Bovendien is de uitvoer via alternatieve infrastructuur deels beperkt door oorlogsschade. Toch schept het vertrek risico’s voor de langere termijn: minder bereidheid onder landen om zich aan productieafspraken te houden kan de oliemarkt volatieler maken en zo leiden tot hogere brandstofkosten, iets waar ook Nederland last van kan krijgen.
OPEC gebruikt productiequota om wereldwijde prijzen te stabiliseren; in 2025 produceerden OPEC-landen samen ongeveer 32 miljoen vaten per dag, naast 71 miljoen vaten door niet-OPEC-producers. De VAE produceerden vorig jaar circa 3,5 miljoen vaten per dag maar hebben capaciteit om meer te leveren. Ongeveer de helft van hun export kan via een pijpleiding bij Fujairah naar de Golf van Oman het omzeilen van Hormuz mogelijk maken, wat hun mogelijkheden vergroot zodra blokkades verdwijnen en infrastructuur is hersteld.
Het vertrek vergroot de druk op Saudi-Arabië, dat nu relatief meer verantwoordelijkheid draagt om marktstabiliteit te bewaren. Rusland, Irak en Kazachstan willen wel doorgaan met samenwerking binnen OPEC+, maar de VAE trekken zich daar ook uit terug. Historisch gezien zijn vertrekkende leden soms teruggekeerd, maar het vertrek van de VAE is de meest ingrijpende test voor OPEC tot nu toe en kan de invloed van het kartel op de wereldolievoorziening verminderen.