Vesteda moet mogelijk duizenden huurwoningen verkopen, hoe kan dat?
In dit artikel:
Vesteda, de grootste commerciële verhuurder van Nederland, staat onder druk omdat beleggers massaal hun geld terugvragen. Het bedrijf verhuurt ongeveer 28.000 middenhuurwoningen, vooral in de Randstad, en beheert eind 2024 zo’n 10 miljard euro aan vastgoed namens pensioenfondsen en verzekeraars. Nu is de reguliere zevenjaarlijkse uittrekmogelijkheid verlopen en hebben vrijwel alle investeerders aangegeven hun posities helemaal of deels af te bouwen. In totaal gaat het om 4,1 miljard euro — ruim de helft van Vesteda’s eigen vermogen.
Waarom dit gebeurt: beleggers willen hun portefeuille uitsmeren en het aandeel wonen verkleinen, volgens experts, en het marktsentiment is momenteel negatief. Ook beleidswijzigingen zoals de Wet betaalbare huur (2024) en stapeling van regels hebben het vertrouwen niet geholpen, wat vooral buitenlandse investeerders extra onzeker maakt. Voor kleine verhuurders leidde dat al tot snelle verkopen; nu treft het ook de grote institutionele partij Vesteda.
Gevolgen en opties: omdat een groot deel van het eigen vermogen opeisbaar is, lijkt verkoop van woningen onvermijdelijk om toezeggingen na te komen. Vesteda onderzoekt meerdere routes: verkopen, extra lenen en het zoeken naar manieren om het opgeëiste bedrag te verlagen samen met beleggers. Directe verkoop aan particulieren kost tijd door huurdersbescherming; een snelle doorverkoop aan buitenlandse beleggers is daarom reëel. Huurdersorganisaties vrezen dat dat tot meer instabiliteit en snelle strategiewisselingen kan leiden, en dat werkt haaks op de politieke doelstelling van meer betaalbare huurwoningen.
Wie doet wat nu: pensioenfonds ABP, voor een derde aandeelhouder, wil 1,4 miljard terug maar zegt dit bedrag te kunnen temperen als anderen hetzelfde doen, om niet een te groot aandeel te krijgen. Andere institutionele beleggers voeren nog gesprekken met Vesteda. Investeerders hebben tot 20 april om hun terugvorderingen aan te passen; er is ook contact met de ministeries van Volkshuisvesting en Financiën, maar formeel blijft dit primair een private kwestie. Vesteda benadrukt dat het financieel gezond is (winststijging in 2025) en pleit voor stabieler, voorspelbaar woningmarktbeleid om dit soort schokken te voorkomen.