Weerbaarheid vraagt om een nieuw afwegingskader voor zelfvoorziening

maandag, 18 mei 2026 (00:12) - ESB.nl

In dit artikel:

In september 2021 publiceerden Linssen en collega’s een afwegingskader om te bepalen wanneer Nederland zelfvoorziening van cruciale goederen of diensten gerechtvaardigd is. Door de sterk veranderde geopolitieke context sinds die publicatie – toen coronaklappen toeleveringsketens blootlegden, nu toenemende handelstarieven, twijfel over naleving van internationale spelregels en actieve inzet van economische dwang – pleiten de auteurs voor een aanscherping en herijking van dat kader.

Kern van het originele raamwerk blijft staan: zelfvoorziening is geen reflexmaatregel maar een laatste optie. Alleen bij een kritieke afhankelijkheid — bepaald in drie stappen — kan naar zelfvoorziening worden gekeken. Stap 1 beoordeelt of een activiteit vitaal is voor fysieke, sociaal-maatschappelijke of economische schade. Stap 2 meet kwetsbaarheid aan de hand van (a) het aandeel van een essentieel goed dat uit één ander land komt, (b) de betrouwbaarheid van dat land en (c) de kans op tijdige alternatieven. Stap 3 leidt tot de conclusie van kritieke afhankelijkheid, waarna eerst alle minder ingrijpende beleidsinstrumenten moeten worden afgewogen: leveringsgaranties, strategische reserves, noodproductie, verplaatsing of substitutie van productie, voordat daadwerkelijk waardeketens binnen de landsgrenzen worden opgebouwd.

De herziene analyse signaleert vier belangrijke updates. Ten eerste: de baten van vrijhandel zijn onder druk geraakt. Hogere Amerikaanse importtarieven en onduidelijkheid over internationale handelsregels verminderen de welvaartsvoordelen van open markten en maken zelfvoorziening sneller denkbaar. CPB- en IMF-studies tonen dat korte-termijnschokken vaak beperkt blijven, maar dat hogere tarieven en onzekerheid op termijn de economische vooruitzichten verzwakken.

Ten tweede: volledige zichtbaarheid van toeleveringsketens is nu essentieel. Waar men in 2021 nog beperkte ketens (eerste en tweede orde leveranciers) als praktisch houdbaar achtte, is het vandaag nodig om verborgen afhankelijkheden die via derden leiden tot blootstelling aan onbetrouwbare staten in kaart te brengen. Dat is zowel voor nationale veiligheid relevant (voorbeeld: Chinese exportrestricties op zeldzame aardmetalen) als voor bedrijfsvoering en naleving van EU-wetgeving (Net Zero Industry Act, due-diligenceregels).

Derde update betreft de maatstaven voor betrouwbaarheid. Naast economische vrijheid, rechtsstaat en militaire samenwerking moeten ook recente voorbeelden van directe of indirecte inmenging (handelssancties, boycots, investeringsrestricties), de mate van wederkerigheid en mechanismen voor geschillenbeslechting worden meegenomen. Een opvallende toevoeging is samenwerking op het vlak van inlichtingenuitwisseling: de mate waarin veiligheidsdiensten informatie delen is een sterke indicatie van vertrouwen en kan als indicator worden toegevoegd.

Vierde: het kader moet ook sabotage en spionage expliciet meenemen. Levering kan niet alleen stoppen (ex‑ante politieke druk), maar ook gecompromitteerd worden via sabotage of heimelijke datacollectie (ex‑post risico’s bij gekoppelde apparaten). Voor sommige goederen, zoals defensiematerieel, kan binnenlandse productie risico’s verkleinen; in andere gevallen volstaan toezicht en mitigatie.

Conclusie: het gebruik van een gestructureerd afwegingskader blijft noodzakelijk om emotionele of geopolitiek gedreven beleidskeuzes te vermijden. Omdat onderliggende aannames snel veranderen, pleiten de auteurs voor periodieke herijking, betere datacollectie over volledige waardeketens, en uitbreiding van betrouwbaarheidindicatoren—zodat beleid evenwichtig en kosteneffectief blijft.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Hélène Hendriks: ‘Hij gaat binnenkort zijn debuut maken bij Vandaag Inside!'